Leren in de Kerk > Bijlage bij Geloofstwijfel: Werkvormen

Bijlage bij Geloofstwijfel: Werkvormen

Alles wat je met een groep doet, is een bepaalde werkvorm. Maar een gesprek en dingen opschrijven zijn vaak de enige werkvormen die worden toegepast in geloofsonderwijs.
Er zijn echter veel meer werkvormen. Hieronder vind je een aantal voorbeelden, maar het is slechts een greep uit de vele die er zijn. De beste werkvorm bestaat niet. Kies die werkvormen die bij je groep passen. Maar kies ook werkvormen die jou zelf aanspreken. Als jij helemaal niet van spelletjes houdt, zul je dit ook niet enthousiast over kunnen brengen. Als verhalen of creatieve werkvormen jou meer doen, zal jouw enthousiasme aanstekelijk werken. En wissel af. Elke keer dezelfde stijl verveelt snel. Kortom, hou het simpel en heb er zelf lol in!

Waarom werkvormen?
Je gebruikt een activerende of creatieve werkvorm om via een andere insteek met je groep in gesprek te komen en actief met hen bezig te zijn. Of de groep nu slim, druk of afwachtend is – door een geschikte werkvorm te gebruiken stimuleer je de jongeren om zich in te zetten en zelf actief deel te nemen aan de catechese. De beste werkvormen zetten meestal een hele groep aan tot actie. Het gesprek blijft daarom niet alleen beperkt tot een paar jongeren die ‘altijd’ al aan het woord zijn. Bovendien kun je jongeren van verschillende denkniveaus aanspreken door een werkvorm te gebruiken.

Jezus gebruikte ook werkvormen
Jezus gebruikte in zijn leven op aarde diverse werkvormen om de mensen uit te leggen wie God is en hoe Hij wil dat we leven. Dat is niet iets ‘moderns’ of een trucje om jongeren te benaderen. Van Jezus kun je leren hoe Hij aansluit bij zijn luisteraars. Begripvol en geduldig waar nodig, en ook heel rechtstreeks en confronterend. Werkvormen die Jezus gebruikte zijn onder andere:

Gelijkenissen
Jezus vertelde herkenbare verhalen voor de mensen uit zijn tijd. Ze zijn spannend en je wilt weten wat het betekent!
Toepassing: Bedenk verhalen of voorbeelden uit het leven van jezelf of één van de tieners waarmee je een vergelijking kunt maken. Denk bijvoorbeeld aan een hobby (gamen, sporten, muziek…). Bij het uitvoeren van je hobby wil je graag veel weten. Je zoekt informatie, je oefent en traint. Genoeg ingrediënten om een eigen ‘gelijkenis’ te vertellen!

Symbolische daden
Jezus maakte in zijn leven op aarde op een symbolische manier, als het ware door korte toneelstukjes, duidelijk wie Hij was en met welk doel Hij op aarde was. Hij was bijvoorbeeld 40 dagen in de woestijn; het getal 40 verwijst naar de 40 jaren die het volk Israël in de woestijn was. Hij reed met een ezel Jeruzalem in om duidelijk te maken dat Hij een ander soort koning is. Hij vervloekte de vijgenboom die symbool stond voor het onvruchtbare volk Israel. De genezingen die Hij deed maakten duidelijk dat Gods Koninkrijk een rijk zonder ziekte zal zijn.
Toepassing: Maak door symbolische handelingen of toneelstukjes dingen duidelijk. Bijvoorbeeld door de voeten van je ca techisanten te wassen bij een les over dienen. Of neem een geurkaars mee, als je uitleg geeft over offers of bidden. En laat jongeren zelf door middel van drama of mime de betekenis uitbeelden van het onderwerp van je les.

Opdrachten
Jezus geeft mensen opdrachten zodat ze kunnen ervaren wat het betekent om Hem te volgen. Hij zegt bijvoorbeeld tegen de bedienden op de bruiloft in Kana: ‘Vul de vaten met water.’ Of tegen de discipelen: ‘Gooi je netten aan de andere kant uit.’
Toepassing: Geef jongeren praktische opdrachten. Hierdoor kunnen jongeren leren dat het geloof in God heel praktisch en dichtbij is. Het zet aan tot actie. Kom er de volgende keer wel op terug, zodat jongeren wel een ‘druk’ voelen om het ook echt te gaan doen. Denk aan opdrachten als: trakteer thuis, ga naar een christelijk concert, groet onderweg naar school minimaal 10 onbekende mensen etc. Doe zelf ook mee aan deze opdrachten en acties.

Vragen/raadsels
Jezus stelt de mensen vaak een vraag: ‘Wat is belangrijker; dat je zonden worden vergeven of dat je wordt genezen?’ Of: ‘Waarom huil je?’
Toepassing: Via vragen moeten catechisanten zelf nadenken over een antwoord. Dit kan een intellectuele vraag zijn, maar ook een confronterende of persoonlijke vraag. Hiermee activeer je jongeren. Sluit in je vraagstelling aan bij het niveau en de beleving van de groep. Voor jongere groepen zijn kennisvragen geschikt om in een spelvorm te gieten.

Voorwerpen en voorbeelden
Jezus maakt in zijn tijd ook gebruik van voorwerpen en voorbeelden. Denk aan het muntje van de keizer; ‘geloof als dit kind’, of de vergelijking die Jezus maakt met de lelies in het veld en de mussen op het dak.
Toepassing: Neem voorwerpen mee naar catechisatie. Dat onthouden jongeren vaak goed. Of kijk na de catechisatieles met ze naar de sterren en de maan. En maak eens een wandeling met je groep en laat ze foto’s van Gods schepping maken.

Kennisoverdracht
Jezus gaf de mensen ook gewoon uitleg. Hij sprak in synagogen maar gaf ook individuele uitleg aan bijvoorbeeld Nicodemus en de Emmaüsgangers.
Toepassing: Jongeren hebben uitleg en overdracht van kennis nodig. Maak ruimte tijdens je catechisatie voor een (korte) uitleg. Heel belangrijk.

Inspirerende werkvormen
Hierna volgen een aantal praktische werkvormen die eenvoudig en zonder veel voorbereiding uitgevoerd kunnen worden tijdens de catechisatielessen. Werkvormen die specifiek gericht zijn op Bijbellezen en bidden vind je in bijlage 9 en 10.

Creatieve werkvormen
• Reclameposter: Neem kranten en tijdschriften (en scharen en lijm) mee, waarmee jongeren een reclameposter kunnen maken.
• Tekenopdrachten: Ontwerp een icoontje voor een app op je smartphone over het onderwerp van de les. Of teken een cartoon.
• Drama: Bedenk een kort toneelstukje, met of zonder geluiden, dat duidelijk maakt wat de boodschap van de les is.
• Gedichten: Schrijf een limerick, een elfje (start met één woord, de volgende drie regels bestaan uit twee, drie en vier woorden; de vijfde regel is een herhaling van het eerste woord). Of schrijf een gedicht waarbij de beginletters het kernwoord van de les weergeven.
• Fotografie: Maak een foto met je mobiel die een kernachtig beeld weergeeft van de les.
• Muziek: Luister naar een lied, passend bij het onderwerp van
de les.

Spelopdrachten
• Quiz: Bedenk 4 (moeilijke) vragen over het thema. Elk goede antwoord levert een snoepje op. Je kunt dit aan het eind van de les doen, om te checken hoeveel de jongeren hebben opgestoken van de les, of aan het begin van de volgende les, als reminder van de vorige les. De beloning kan ook uitgesteld worden door de winnaar van de quiz na een aantal lessen bekend te maken.
• Kookwekker: Een korte en spannende werkvorm, te gebruiken als opwarmer of inventarisatie van de aanwezige kennis over een onderwerp. Zet de wekker op ongeveer twee minuten. De jongeren moeten zoveel mogelijk over een onderwerp kunnen opnoemen (bijvoorbeeld: noem vrouwen uit het Oude Testament, wat weet je over bidden, welke gelijkenissen ken je etc.). Als de wekker afgaat en je hebt hem in je hand, ben je af. Of je krijgt het kaartje waar de opdracht op staat. De winnaar is degene die het minst aantal kaartjes verzameld.
• Dobbelsteen: Bedenk 6 verschillende vragen en geef een antwoord op de vraag die past bij het gegooide aantal ogen. Leuk als kennismakingsspel of inventarisatie van kennis over een onderwerp.
• Fotokaarten: Zoek een aantal mooie foto’s op internet of maak gebruik van de kaartjes van het spel Kaarten op Tafel. Jongeren kiezen een foto die hen aanspreekt of die duidelijk maakt hoe zij God of het geloof beleven, of die iets zegt over een eigenschap van zichzelf.
• Bijbelse spellen: In christelijke boekhandels zijn diverse spellen te krijgen die te gebruiken zijn bij catechisatie, zoals Kaarten op tafel of de Zak-bijbelquiz van het Oude en Nieuwe Testament.

Media
• Internet: Zoek een passend filmpje of lied op www.youtube.nl dat je kunt gebruiken om het thema neer te zetten. Zoek bijvoorbeeld eens op ‘straatinterview’. Ook op www.eo.nl staan veel filmpjes en materialen voor jongeren (Denkstof, Jong, Scrooged). Laat jongeren zelf informatie over bepaalde thema’s opzoeken.
• Film: Bekijk (een fragment van) een film over een specifiek thema of over het leven van Jezus. Nodig daarbij eventueel vrienden van de jongeren bij uit.
• Powerpoint: Maak gebruik van PowerPoint (of Prezi) om de structuur van de avond helder te maken. Laat je jongeren zelf ook een PowerPointpresentatie ontwerpen waarbij het thema van de les wordt verwerkt. Toon deze presentaties ‘s zondags in de kerk om de betrokkenheid van de gemeente met de jeugd te vergroten.
• Social media: Jongeren communiceren veel door middel van social media (facebook, twitter, MSN, What’s App). Sluit je hierbij aan en geef berichten door via deze media. Jongeren reageren en beantwoorden deze berichten over het algemeen beter dan een berichtje via de mail. Bedenk ook opdrachten in de stijl van social media. Bijvoorbeeld: schrijf aan het eind van je les in de status (maak een kopietje van de status) van Facebook wat je hebt geleerd. Deel likes uit, als je een compliment wil maken. Een stille opdracht kan in de vorm van een MSN-werkvorm. Schrijf een aantal meningen op een papier (bijvoorbeeld: [jouw naam] zegt: Hoe vaak lees jij ongeveer uit de Bijbel? Of [jouw naam] zegt: Ik vind geloven knap lastig. Ik zie God nergens . Hoe zit dat bij jou?)
Maak hierbij groepjes van ongeveer 4 of 5 personen. Deze vragen staan op een papier, en elke jongere reageert hierop door zijn eigen naam in te vullen en te reageren.

Discussiewerkvormen
• Muurdiscussie: Hang een (paar) stelling(en) aan de wand en laat de jongeren er op reageren door hun reactie op te schrijven.
• Stoplichtdiscussie: Verdeel de ruimte in drie gedeelten: aan de ene kant hang je op een briefje een afbeelding van een groen stoplicht en aan de andere kant een briefje met een rood stoplicht. In het midden hang je een oranje stoplicht op. Jongeren reageren op een stelling door op de plek van hun mening te staan. Geef daarna reactietijd. Zijn er jongeren die hun mening willen bijstellen, dan kunnen ze op een andere plek gaan staan.
• Rood/groen briefje: Geef de jongeren een rood en groen briefje dat ze het hele seizoen bij zich hebben. Een eenvoudige werkvorm om meningen te inventariseren.
• Engeltje en duiveltje: Werkvorm in drietallen. Deelnemer 1 (engel) en 3 (duivel) gaan naast deelnemer 2 staan. Zij proberen in één minuut de neutrale nr. 2 te overtuigen van argumen ten over een onderwerp. Nummer twee luistert alleen. Na de minuut mag nummer 2 aangeven welke argumenten hij het sterkst vond, en geeft zijn eigen mening vervolgens.

Luisterwerkvormen
• Vertellen: Vertel of lees een verhaal voor, dat meer diepgang aan het thema geeft.
• Verhaal bedenken: Laat jongeren zelf een verhaal bedenken dat het thema duidelijk maakt.
• Afbakenen: Neem een wekker mee, vraag de jongeren zolang de wekker loopt, helemaal stil te zijn. In deze tijd kan jij je instructie geven. Als de tijd voorbij is, mogen ze reageren op de inhoud.

Energizers
Vooral bedoeld om ‘inkak-momenten’ te voorkomen. Doe met de jongeren een korte activiteit waarbij ze even van hun stoel afkomen. Maak daarbij een link naar het thema van de les.
Bijvoorbeeld:
• Sportoefening: Ga met de ruggen tegen elkaar aan zitten op de grond. Probeer nu zonder gebruik te maken van je handen omhoog te komen: je hebt elkaar nodig om weer op te staan.
• Of speel het spel ‘Iedereen wint’: Trek een lijn in een (lege) ruimte. Verdeel de groep over beide helften. Het is de bedoeling dat je elkaar over de lijn trekt. Is een jongere over de lijn getrokken, dan hoort hij bij de andere groep. Hilarisch en actief! De toepassing die je daarbij kan maken is het gezamenlijke plezier, zonder groepsvorming.
• Even ergens anders: Doe een groepsopdracht in een andere ruimte.

Werkvormen die helpen bij het Bijbellezen en bidden met tieners vind je in de volgende twee bijlagen.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Catecheten door Ingrid Plantinga en Harmke Vlieg.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.