Leren in de Kerk > Coachen gericht op het grotere geheel: Verbinding maken

Coachen gericht op het grotere geheel: Verbinding maken

Leonie vertelt de coach hoe streng ze is voor zichzelf. Ze is niet snel over zichzelf tevreden, er moet altijd een schepje bovenop. Met schroom geeft ze toe dit te herkennen van thuis, van vroeger. Haar moeder, die niet meer leeft, was ook streng. De laatste tijd krijgt ze hier last van. Ze krijgt van anderen in de gemeente nog wel eens te horen dat ze hoge eisen stelt aan zichzelf in het vrijwilligerswerk. Op zich is dat nog niet zo erg, maar ze stelt deze ook aan anderen.
De coach vraagt of ze niet een beetje milder voor zichzelf en anderen zou kunnen zijn. Leonie voelt een heftige emotie opkomen bij dat woordje ‘mild’. Er schiet haar namelijk ineens een oude psalm in gedachten die ze vroeger in de kerk zongen: ‘Milde handen, vriendelijk ogen zijn bij mij van eeuwigheid’ (Psalm 25). De coach gaat hier meteen op in en vraagt wat deze regel voor haar betekent. Er ontstaat een onvergetelijk moment. De mildheid van God betrekt ze op haar eigen strengheid. Ze kijkt even via de ‘vriendelijke ogen’ van God naar haar moeder en zichzelf. Ook het woordje ‘eeuwigheid’, dat eindeloos durend betekent, ontroert haar. Ontspanning volgt.
Deze religieuze tekst doet zijn werk. Woorden van God spreken mee in deze coachingssituatie en geven een innerlijke verschuiving van strengheid naar mildheid. Leonie knapt er helemaal van op. De gevolgen blijven niet uit; ze is nu milder voor zichzelf en voor anderen.

Als je politici moet geloven, vooral als het gaat om het beleid voor gezondheidszorg, is het individualisme grotendeels verleden tijd. De overheid zorgt minder en we moeten weer meer voor elkaar gaan zorgen. Het individualisme heeft ons geleerd meer onze eigen verantwoordelijkheid te nemen. Maar er is ook een schaduwzijde: het heeft mensen eenzaam gemaakt en teruggeworpen op zichzelf.
De verbinding met anderen in een gemeenschap wordt nu weer belangrijk. De christelijke gemeente had onderlinge dienstbaarheid trouwens altijd al hoog in het vaandel staan. We dragen in de gemeente verantwoordelijkheid voor elkaar, zijn elkaar tot een ‘hand en een voet’ en geloven in een God die betrokken is op onze levens. Ons functioneren staat altijd in het licht van een groter geheel. Dat is nu precies wat Leonie ontdekte. De woorden van God werkten heilzaam door in haar levenshouding.

Verwerking
– Hoe kun je als coach op een natuurlijke manier God aan dororoorde stellen bij veranderingsprocessen?
– Hoe zie je godsbeelden soms doorwerken in positieve zin? En hoe in
negatieve zin? Hoe is dat bij te sturen binnen coaching?

Wat is het grotere geheel?
Coachen staat nooit los van de omgeving, het grotere geheel waarbinnen iemand functioneert. Voorbeelden van grotere gehelen zijn het dorp of de stad waarin iemand woont, de christelijke gemeente met haar identiteit en regels en allerlei groepen binnen die gemeente. Of denk aan het gezin waarin iemand opgroeide, de vrienden met wie hij optrok, groepen waar iemand in geparticipeerd heeft en het beroep dat iemand uitoefent. Al deze dingen geven richting aan iemands gedrag in het heden. Al deze levenssferen verklaren soms ook het gedrag. Daarom is het goed deze achtergronden te betrekken in coaching. Het verheldert situaties en dat heeft weer positieve invloed op veranderingsprocessen. Enkele van deze levenssferen passeren hieronder de revue.

God als groter geheel
De christelijke gemeente staat in het grotere geheel van God en wat hij van ons vraagt. Het zou vreemd zijn wanneer God geen plek zou hebben in het coachen van gemeenteleden. De betrokkenheid van de gemeente op God en Gods gezag en betrokkenheid bij de gemeente heeft terdege invloed op leerprocessen van mensen.
De Bijbel gebruikt drie woorden om het gezag van God aan te duiden:

1. kabood: God legt gewicht in de schaal bij het functioneren van mensen.
2. chockma: God is vol van wijsheid en hij wendt die aan om zijn gemeente te leiden.
3. agapé: God is liefde, een liefde die onbaatzuchtig is. Zijn gezag is niet gericht op onderdrukking, maar is vooral dienend.

In dit grotere geheel van God komen gemeenteleden tot hun recht. In de levenssferen waarin mensen opgroeien, leven soms beelden van God die ver af staan van deze drie duidingen. Beelden van God die mensen van anderen hebben overgenomen in het verleden, werken door in het heden. Mensen die vanuit een andere geloofsgemeenschap de gemeente inkomen, nemen soms hun eigen beeld van God mee. Soms sluit dit niet aan bij het beeld van God dat leeft in de nieuwe gemeente, en dit geeft wel eens spanning.
Het kan ook zijn dat deze mensen juist reactief op hun verleden reageren en soms past dát niet binnen de nieuwe gemeente waar ze bij willen horen. Houd er dus rekening mee dat de uitwisseling van leden tussen verschillende kerken doorwerkt in iemands functioneren. Doorvragen naar iemands achtergrond kan voor coaching relevantie informatie opleveren.

Mariëlle, 45 jaar oud, reageert sterk op Jos tijdens een vergadering van de liturgiecommissie. Het rare is: in haar vorige gemeente vond ze het juist zo vervelend dat mensen heel stellig waren en haar steeds terugriepen naar de geloofsprincipes die deze gemeente dicteerde. Jos, een gedreven man die zeer enthousiast is over het geloof, kijkt vreemd op van haar reactie. Mensen die hem kennen reageren nooit zo op hem; hij voelt zich niet aangesproken door haar impliciete beschuldiging dat hij te stellig zou zijn. In een gesprek wordt duidelijk dat haar ergernis voortkomt uit de weerstand die ze in haar vorige gemeente heeft opgedaan. Ze reageert vooral vanuit de context van haar vorige gemeente en het heeft tijd nodig om in de nieuwe gemeente in te burgeren en niet alles te projecteren op de situatie in haar vorige gemeente.

De werkvloer als groter geheel
Wat iemand doet als beroep werkt door in zijn functioneren als vrijwilliger in de gemeente. Soms zijn beroepscompetenties goed in te zetten, soms is de context van de gemeente daar niet helemaal geschikt voor. Vrijwilligers doen soms in de gemeente liever juist datgene wat ze niet overdag ook al doen. De beroepscontext werkt door en is ook relevant voor het coachen van vrijwilligers in de gemeente.
Een manager van een bedrijf zal vergaderingen van de kerkenraad anders voorzitten dan iemand die hulpverlener is. Een diaken die fabrieksarbeider is zal zijn taak anders invullen dan een juf op de basisschool. Een predikant die een aantal jaren bij de politie gewerkt heeft, zal in de gemeente anders functioneren, dan een voorganger die na zijn studie theologie meteen aan de slag is gegaan. Het is dan ook belangrijk voor een coach deze informatie op te vragen. Al deze levenssferen moeten betrokken worden bij veranderingsprocessen.

Sinds Dirk voorzitter is van de kerkenraad, waait er een andere wind. De vergaderingen zijn zakelijker en doelgerichter. Bij langdradige verhalen tijdens de vergaderingen roept hij raadsleden tot de orde, vraagt hen concreet te worden en sneller hun punt te maken. Enkele kerkenraadsleden voelen zich hier niet zo prettig bij. Ze hebben het idee dat hij hun inbreng niet op prijs stelt. Bij de vorige voorzitter mochten ze gewoon uitpraten en was er ruimte om hun gevoelens onder woorden te brengen. Ze waren altijd wel bereid om mee te gaan in beslissingen waar ze iets anders over dachten, maar nu zetten ze steeds meer hun hakken in het zand. Dat levert spanning op.
Ook de vorige voorzitter doet hier aan mee. Sommigen verwijten ze dat hij de nieuwe geen kans geeft zich te bewijzen. Dirk blijft met strakke hand regeren en het kan niet uitblijven: op een avond barst de bom en verlaten enkele leden boos de vergadering.

Verwerking
– Wanneer Dirk jou zou vragen hem te coachen, waar zou je je in eerste instantie op richten?
– Wat zou je doen om hem inzicht te geven in zijn eigen gedrag ende beroepscontext die hierin meespeelt?

Bij de voorzitter in het voorbeeld hierboven werkt de beroepscontext door in hoe hij leiding geeft aan de kerkenraad. In zijn beroep leidt hij vergaderingen waarin snelle beslissingen vallen, met ondergeschikten die op resultaten af te rekenen zijn. Hij verricht daar de topsport van het managen binnen een moderne organisatie.
Leidinggeven aan een kerkenraad doe je anders. Daar zitten vrijwilligers die iets met God en zijn gemeente hebben. Er spelen heel andere belangen, en de religieuze levenssfeer heeft een heel andere dynamiek dan de zakelijke. Geen afrekening op targets; centraal staat de genade van God. Die werkt door in het gemeentewerk waar ieder, welke rol hij of zij ook heeft, een plek mag hebben.

Hilda coacht vrijwilligers in de gemeente en de nieuwe voorzitter Dirk en de scriba Joop vragen een gesprek met haar aan over de onhoudbare situatie in de kerkenraad. Hilda hoort hun verhaal aan en het gesprek loopt als volgt.

Hilda: ‘Als ik het goed begrijp, Dirk, voer jij je taak als voorzitter anders uit dan de vorige. Een aantal kerkenraadsleden kan dat niet meemaken en biedt weerstand. Klopt dat?’
Dirk: ‘Ja, zoals je het nu zegt, is het denk ik wel, maar ik doe mijn best en heb met deze manier van voorzitten goede ervaringen. Ik word hierin gewaardeerd. Ik snap wel dat ik deze manier niet één op één kan toepassen op een kerkenraadsvergadering, maar toch, een beetje zakelijkheid kan geen kwaad. Veel kerkelijke vergaderingen duren eindeloos en hebben weinig resultaat.’
Hilda: ‘Ik denk dat je erg deskundig bent in jouw werk als manager en waardeer dat je jouw kwaliteiten in de gemeente wilt inzetten. Voordat we gaan kijken naar wat er nu precies speelt en wat jouw aandeel daarin is, zou ik graag een vraag stellen aan Joop.’
Dirk: ‘Prima, ik luister.’
Hilda: ‘Joop, jij bent al een aantal jaren scriba. Vertel eens hoe het ging onder leiding van de vorige voorzitter, en hoe het nu gaat. Probeer je eigen mening zoveel mogelijk buiten beschouwing te laten.’ Joop: ‘De vorige voorzitter gaf aan iedereen de ruimte om zijn of haar verhaal te houden en dat verliep altijd in een goede sfeer. De vergaderingen duurden soms erg lang en dat gaf wel eens gemopper, maar dit hoorde volgens de meesten bij de ‘last’ van het kerkenraadslidmaatschap. Over het algemeen voelden de leden zich gewaardeerd. Onder Dirk is dit veranderd. Hij loodst de kerkenraad snel en doelmatig door de agenda heen en het wordt nooit later dan tien uur. Ik hoor geen gemopper meer over lange vergaderingen. Maar dat er nu veel minder ruimte is om je te uiten, vinden de meesten maar niets.’
Hilda: ‘Joop, bedankt voor je heldere verhaal. Dirk, welk contrast tussen deze twee manieren van voorzitten valt jou op?’
Dirk: ‘Ik zie dat elk voordeel ook zijn nadeel heeft, maar ja elk vogeltje zingt zoals die gebekt is en op grond van mijn zakelijke ervaring ben ik gevraagd voor de voorzittersrol. Nu doe ik het en voel ík me weinig gewaardeerd. Zoals de vorige voorzitter het doet, dat is mijn ding niet. Ik zou een hekel aan mezelf krijgen wanneer ik het zo zou doen.’
Hilda: ‘Helder zoals je dit vertelt, heel begrijpelijk zoals je reageert. Vertel eens hoe jij binnen jouw organisatie een vergadering leidt en welke positieve effecten dit heeft binnen de organisatie.’
Dirk: ‘Ik zorg ervoor dat de targets gehaald worden en dat we effectief met de tijd omgaan. Iedereen heeft het druk en is erg
blij met hoe ik het aanpak. Het verschaft duidelijkheid over wat
er nodig is en hoe de organisatie met winst kan blijven draaien. Mensen die aandacht nodig hebben voor iets wat ze als emotioneel lastig ervaren, vragen daar buiten de vergadering aandacht voor en daar besteed ik dan ook tijd aan. In een vergadering zou zoiets het proces belemmeren, iedereen begrijpt dat. Zo’n gesprek staat dan wel in relatie tot hun functioneren in de organisatie. Dit wordt wel gewaardeerd. Het zijn professionals natuurlijk, daar kan ik ze op aanspreken.’
Hilda: ‘Precies, dat zijn professionals die aanspreekbaar zijn op hun functioneren en dat doe je denk ik heel goed. In de kerkenraad zitten niet die professionals waar je zo mee om kan gaan en dat breekt je op.’
Joop: ‘Precies de spijker op zijn kop.’
Dirk: ‘Ik weet dat natuurlijk wel, maar toch… dat oeverloos vergaderen over niets, dat vind ik lastig en ik vraag me af of ik dat wel wil.’ Hilda: ‘Je gaat wel het gesprek aan met medewerkers die emotioneel ergens mee zitten. Al verbind je dit met hun functioneren in
de organisatie, je kunt dus wel, ook al wordt dat gesprek gevoerd buiten de vergadering. Zou het mogelijk zijn om naast het zakelijke in de kerkenraadsvergadering ook ruimte te geven voor wat hen bezighoudt?’
Dirk: ‘Ja, daar wil ik wel over nadenken, als daar behoefte aan is. Kerkenraadsleden willen denk ik wel erkenning hebben voor wat hen bezighoudt in het koninkrijk van God. Ze zijn heel gedreven. ‘ Hilda: ‘Mooi dat je hierover wilt nadenken…’

Hilda stelt, nadat ze hierover doorgesproken hebben, voor in gesprek te gaan met de kerkenraad. Ze gaan het dan hebben over hoe je dagelijks beroep, je gezinssituatie en je relatie met God doorwerken in het kerkenraadswerk. De avond verloopt positief. Men spreekt heel open over hoe hun verschillende levenssferen invloed hebben op hun werk als kerkenraadslid. Het verheldert veel en aan het einde van de avond vinden ze een goede modus voor hun manier van vergaderen. Ze spreken af hoe ze elkaar op een aantal punten gaan aanspreken. In het vervolg ontwikkelt de kerkenraad zich tot een gemeenschap waarin men van elkaar leert. Men gaat elkaar meer waarderen. Dat komt de gehele gemeente ten goede.


Figuur 2: Van projectmatige coaching overstappen op coaching gericht op het grotere geheel

De gemeente als context
De geloofsgemeenschap waarin coaching plaatsvindt, is ook een factor die van invloed is op iemands functioneren. Een open gemeente waarin buitenstaanders zich snel thuis voelen, is anders dan een gesloten gemeente waar je je aan regels moet conformeren. Is de gemeente veilig en mag je wel eens een afwijkende mening hebben, of is er de ongeschreven regel dat je geen kritiek mag hebben op de voorganger en kerkenof oudstenraad? Laat men je als vrijwilliger maar je gang gaan, of is er belangstelling en waardering voor wat je doet? Zijn er platforms waar je mee mag praten over beleid, of wordt het beleid door de kerkenof oudstenraad gedicteerd? Al deze zaken hebben invloed op het functioneren en kunnen een plaats hebben in het coachingsgesprek.

Verwerking
– Wat is het verschil tussen een pastoraal gesprek en een coachingsgesprek?
– Blik eens terug op verschillende coachingsgesprekken dieje gevoerd hebt. Welke levenssferen heb je bij deze gesprekken betrokken?
– Raadpleeg de vragen bij de verschillende levenssferen in bijlage 9. Welke vragen heb jij ook gesteld? Welke vragen had je graag willen stellen, achteraf gezien?

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kerkelijke Coaches door Anne Pals

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.