Leren in de Kerk > Coaching en mentoraat voor jongeren

Coaching en mentoraat voor jongeren

Ik heb als jongerenwerker ‘gewoond’ in de V&D. Mijn penningmeester fronste de wenkbrauwen bij het zoveelste V&D-bonnetje bij mijn onkostendeclaraties. Liters koffie, chocomel of frisdrank zijn er daar in mijn onrustige maag terechtgekomen. La Place bleek de ideale plaats voor intensieve gesprekken met mijn jongeren over hun zoektochten: op het gebied van school, vrienden, werk, geloof of jongerenwerk. Geanimeerde conversaties over talenten, gaven, partnerkeuze, passies en dromen kwamen ter tafel.
Jeugdpastoraat heeft de neiging om probleemgestuurd te denken, veel van de praktische informatie die je tot je kunt nemen gaat over dingen waar jongeren mee kunnen worstelen. Eetstoornissen, pesten, een negatief zelfbeeld en wat al niet meer. Je zou bijna denken dat er geen gewone tieners meer zijn. Niets is minder waar. Er groeit vandaag de dag een creatieve, slimme en doortastende generatie op die barstensvol levenslust, passie en potentie zit. Jeugdleiders en ouders doen er goed aan dit potentieel te koesteren. Het vuur aan te wakkeren en bij te dragen aan de persoonlijke vorming en geloofsgroei van de jeugd. Goede zorg voor jongeren komt juist ook tot uiting in toerusten en uitdagen.
In De hobbit, een meesterwerk van Tolkien, klopt de oude Gandalf aan bij de hobbit Bilbo. Hij nodigt de jonge Bilbo uit om op avontuur te gaan, samen met een groep dwergen. Bilbo probeert uit te leggen dat hobbits geen avonturiers zijn. Gandalf neemt hier echter geen genoegen mee. Hij kijkt de hobbit diep in de ogen en zegt: ‘There is more to you than you know, my dear Bilbo.’ Gandalf ziet meer dan wat op het eerste oog zichtbaar is. Zijn familie van moeders kant blijkt wel avonturiersbloed in zich te hebben. Bilbo stamt af van de eerste verdedigers van The Shire, het idyllische leefgebied van de hobbits. Gandalf maakt een verlangen in Bilbo wakker dat hem op het pad van het avontuur zal brengen.

Coachend jongerenwerk
Coachend jongerenwerk is een begrip dat flink rondzingt in de wereld van jeugdleiders en jongerenwerkers. Het draait in deze denkwijze in essentie om volwassenen die met jongeren optrekken en hen helpen verder te komen op hun levensreis.
Je komt dit ook op diverse plaatsen in de Bijbel tegen. Denk maar eens aan Mozes die jarenlang optrekt met Jozua of aan Paulus en de jonge Timoteüs. Het is de oude Eli die de kleine Samuël helpt bij het leren verstaan van de stem van God (1 Samuël 3). Jezus zelf trekt drie jaar lang intensief op met twaalf jongemannen die hij coacht, traint en vormt.
In de geschiedenis van Europa zijn ook talloze voorbeelden te noemen van jongeren die optrekken met ouderen en een ‘leerproces’ ingaan. Denk aan de mensen die een ambacht leerden en via de route van ‘leerlinggezel’ doorgroeiden naar de positie van ‘meester’ op hun vakgebied. De Ierse monniken, die in de vroege middeleeuwen als rondtrekkende zendelingen opereerden, zijn trouwens ook een mooi voorbeeld. Als de zendelingen na een verblijf in een dorp een christelijke gemeenschap hadden gesticht, dan werden er meteen één of twee jongeren meegenomen op de zendingsreis naar een volgende stam of gemeenschap! De jonge mensen werden ingeschakeld en niet zelden in een van de volgende dorpen aangesteld als pastor van de geloofsgemeenschap.

Harnassen en kiezelstenen
Het potentieel en de daadkracht van jongeren wordt door veel volwassenen over het hoofd gezien, genegeerd of afgedaan als leuk maar niet gelijkwaardig aan de inzet van volwassenen. Meewarig wordt het hoofd geschud over die ‘enthousiaste jonge honden’. De Bijbel schetst een ander beeld. Jonge mensen spelen keer op keer een belangrijke rol in de plannen van God. Dat volwassen mensen daar soms mee worstelen, wordt duidelijk in een overbekend Bijbelverhaal. We halen het in het kader van dit hoofdstuk toch weer even voor het voetlicht. We zoomen in op de kleine David die de strijd aanbindt met de reus Goliat (1 Samuël 17). Het is oorlog. De legers van Israël en de Filistijnen staan in slagorde tegenover elkaar in de heuvels. De reus Goliat daagt dag na dag de soldaten van Israël uit tot een duel tussen hem en een soldaat uit Juda. De knieën van de 20-plussers knikken en niemand durft het gevecht aan te gaan…
De jonge David wordt als boodschappenjongen door zijn vader naar zijn broers in het leger gestuurd. Hij wordt uiteindelijk de held van het verhaal. Door zijn slinger en steen wordt de grote reus geveld. Laten we de band even terugspoelen naar de scène waarin David toestemming vraagt aan koning Saul om de tweekamp met Goliat aan te gaan. Saul geeft (wanhopig als hij is?) de jongen toestemming. David wordt in het harnas van de koning gehesen. Na een paar moeizame stappen weet David genoeg, dit gaat voor mij niet werken. I’ll do it my way. Vijf stenen en een slinger blijken voor David het juiste gevechtstuig te zijn in de strijd
met de oorlogsmachine Goliat.
De moraal van dit verhaal: laat jongeren ontdekken wat hun vijf stenen zijn. Hun unieke gaven en talenten. Hijs ze niet in jouw harnas. Jouw paradigma of plan van aanpak kon wel eens funest zijn voor de nieuwe generatie. Help de ander liever om door vallen en opstaan te groeien en te overwinnen. David bleek met zijn aanpak een verrassende nieuwe manier van aanvallen te hebben ontdekt. Zonder harnas was hij veel flexibeler, wendbaarder en bedreigender voor Goliat, iets wat blijkbaar bij geen van de andere soldaten was opgekomen.

“Doug Fields in het boek Doelgericht jongerenwerk: I don’t want to organize more activities, I want to impact more lives.”

Coaching of mentoring
Het gaat er in coachend jongerenwerk om dat je de jongere uitdaagt, inzet en helpt bij de persoonlijke en geestelijke vorming. De agenda mag worden bepaald door de leerdoelen die de jongere zelf opstelt en bepaalt. Dit is voor veel volwassenen een moeilijke opdracht. Veel jeugdleiders projecteren de eigen verwachtingen op jongeren. Een coach is iemand die de jongeren helpt in het proces van het ontdekken en ontwikkelen van overtuigingen, gaven en talenten. Hij helpt bij het opstellen van doelen, geeft eerlijke complimenten en gefundeerde en opbouwende feedback. Bij mentoraat is er veel ruimte om wijsheden en inzichten proactief door te geven aan de jongere die jou heeft uitgekozen als mentor.

Potentieel herkennen
We gaan even terug in het leven van David. Vader Isaï heeft ze allemaal mooi op een rijtje. Zijn zonen staan keurig in het gelid als de profeet Samuël langskomt (zie I Samuël 16). De oude man heeft van God de opdracht gekregen om de nieuwe koning van Israël te zalven. Langzaam loopt hij langs de mannen die licht zenuwachtig kijken naar de charismatische profeet. Groot, sterk en op leeftijd. ‘Is deze het, Heer?’ ‘Nee, deze niet’. ‘Deze dan misschien?’ Zeven zonen passeren de revue, maar de juiste is er niet bij. Het is de afwezige jongste zoon die op de schapen aan het passen is. God ziet het hart aan. Hij kijkt verder dan spierballen, uiterlijk of leeftijd. De kleine jongen was door zijn vader niet eens geroepen, David kon wel even op de schapen passen… De oude Samuël en vader Isaï zagen het belangrijkste potentieel over het hoofd toen de profeet door God naar het gezin werd gestuurd om de nieuwe koning te zalven.
Een jonge man met de naam Finten wil als monnik intreden in Iona, een kloostergemeenschap die onder leiding staat van de beroemde heilige Columba. Als hij onderweg is naar Iona bereikt hem het nieuws dat de abt van Iona helaas net is overleden. Finten besluit zijn verlangen toch voor te leggen aan de nieuwe abt. Deze vertelt hem dat hij niet wordt toegelaten als monnik. Teleurgesteld haalt Finten de schouders op en draait zich om en wil weer naar huis gaan. De abt spreekt na een korte stilte echter verder. Langzaam valt de mond van Finten open. De oude Columba heeft namelijk voor zijn sterven een profetie ontvangen waarin de komst van Finten werd voorspeld. Columba kreeg in een droom te horen dat de jonge Finten naar Ierland gezonden moest worden als gemeentestichter. De ambities van de jonge Finten waren te klein. Columba heeft gezien met hemelse ogen en dit resulteert in een ‘hoger plan’ voor Finten. Soms moeten we tegen jongeren ‘nee’ zeggen, ondanks de goede voornemens, zodat we hen kunnen helpen de ogen te openen voor het beste!

Het K3-principe
De juiste mensen ‘spotten’ en uitdagen tot een nieuwe fase in hun proces in de groei naar volwassenheid begint met gebed en een goede afstemming met God. Het is als jeugdleider niet verkeerd om bijvoorbeeld een dagboek bij te houden waarin je potentiële leiders opschrijft en aantekeningen maakt over bijvoorbeeld opvallende gebeurtenissen of gedrag van de jongeren, zodat je daar later op kunt terugkomen. Vervolgens wordt het zaak op de jongere af te stappen en je als coach of mentor aan te bieden.
De bekende voorganger Bill Hybels hanteert in zijn werving en selectie van mensen een K3-mindset. Hij wijst hiermee op drie eigenschappen die voor hem belangrijk zijn in het aannemen van het juiste personeel. Hij kijkt in volgorde van belangrijkheid naar:
1. karakter, 2. kunde en 3. klikfactor. Stel, je gaat bijvoorbeeld een drummer selecteren voor een band. Voor Hybels weegt het karakter dan zwaarder dan de kwaliteit. Liever een drummer die trouw opkomt dagen bij de oefensessies dan een toptalent dat niet aanstuurbaar is of niet komt opdagen. In de derde plaats moet er een ‘klik’ zijn tussen de bandleden.

Praktische tips
• Coaching on the job
Je kunt coachen op het aanleren van vaardigheden, maar je kunt jongeren ook helpen groeien in hun persoonlijkheid. Je kunt, om bij het voorbeeld van de drummer te blijven, denken aan levensvragen als: wat betekent het voor jou om op een podium te staan en een voorbeeldfiguur te zijn? Of: kun je de aanbidding leiden als je een onreine levensstijl hebt? In het laatste geval focus je dus veel meer op zaken die van belang zijn voor de geestelijke groei van degene die je coacht.
• Ontwikkelen van leerdoelen
Spreek met de jongere(n) af wanneer en hoe vaak je bij elkaar wilt komen. Stel leerdoelen op en help de jongeren deze voor zichzelf te ontwikkelen. Je kunt leerdoelen opstellen voor heel praktische zaken. Een voorbeeld van zo’n leerdoel zou kunnen zijn: ‘Ik wil aan het einde van dit seizoen zelfstandig het geluid kunnen regelen van de kerkdienst. Dit betekent dat ik het mengpaneel kan bedienen en de geluidsapparatuur van de band op een kundige manier kan opbouwen.’
Je kunt ook denken aan meer visionaire of geestelijke doelen. Een voorbeeld van zo’n leerdoel kan zijn: ‘Ik wil ontdekken op welke manieren ik met mijn gaven en talenten het koninkrijk van God het beste kan dienen.’ Dit is natuurlijk nog heel breed, met de jongere ga je vervolgens (deel)plannen maken voor de realisatie van dit leerdoel.
• Coaching en pastoraat
Je zult merken dat je als coach of mentor volop bezig bent met de uitvoering van jeugdpastoraat! In de gesprekken met een jongere zullen er dingen op tafel komen als de thuissituatie, de belevenissen van een geestelijke groeispurt of juist het terugvallen in oude gedragspatronen waar de jongere van baalt. Dit hoort bij het begeleiden van de jongeren in hun (geestelijke) ontwikkeling.
• Kleine groepjes
Je kunt ervoor kiezen om een jongere een-op-een te coachen, maar je kunt bijvoorbeeld ook in een triade (groepje van 3) bijeenkomen.
Voordeel van dat laatste is dat jongeren elkaar dan ook onderling
gaan voorzien van feedback.

Gespreksvragen
1. Op welke manier daag jij jongeren uit om te groeien in de ontwikkeling van hun persoonlijkheid en geloof?
2. Wie is er in jouw geloofsreis een stimulerend voorbeeld geweest of een aanjager van groei en verandering? Wat was hierin kenmerkend?
3. Zou je zelf kunnen fungeren als coach of mentor van een jongere uit de kerk? Zo ja, hoe denk je dat te gaan aanpakken?
4. Met welke jongeren heb jij een ‘klik’? Op welke manier zou jij als coach of mentor deze gasten kunnen laten groeien?
5. Helpt het onderscheid tussen coaching on the job en het zoeken naar antwoorden op levensvragen je hierin?

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kinder- en Jeugdpastoraat door Corien Rietberg en Corjan Matsinger.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.