Leren in de Kerk > Geestelijk leidinggeven

Geestelijk leidinggeven

Een paar jaar terug, toen Klaas nog maar net oudste was,  werd hij aangesproken door de ouders van een meisje met het downsyndroom. Ze voelden zich absoluut niet opgenomen in de gemeente. Ze merkten onbegrip, liepen tegen weerstand op en leefden in een isolement. Toen hij zich in hun situatie verdiepte, groeide bij Klaas de overtuiging dat een kerkelijke gemeente zichzelf tekortdoet als zij geen oog heeft voor mensen met een beperking. Sindsdien zet Klaas zich in voor een ‘inclusieve gemeente’: een gemeente waar iedereen een plek heeft, wie je ook bent en wat je ook doet.
Aan dat proces geeft Klaas leiding, zeer betrokken en alert. Dat   doet hij door in de wandelgangen aandacht te vragen voor mensen met een beperking, de discussie aan te gaan met mensen ‘die er niet zoveel mee hebben’ en door gemeenteleden te bemoedigen die zich inzetten voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door het geven van speciaal onderwijs.
Als ouderling ben je geen bedrijfsleider of manager personeelszaken. Je hoeft niet te werken aan positieve bedrijfsresultaten in materiële zin. Je bent er ook niet om de carrièrekansen van kerkleden te vergroten. Het gaat om geestelijk leiding geven. Maar wat is dat precies?

Taxeer je gemeente
In hoofdstuk 1 stelden we dat geestelijk leiderschap betekent: voorop lopen en richting geven. Ouderlingen zijn gangmakers; ze laten zien hoe je je bestaan kunt koppelen aan het werk van de drie-enige God. Een geestelijke leefwijze die gekenmerkt wordt door overgave aan God en gerichtheid op zijn koninkrijk.
Het begint ermee dat ouderlingen en oudsten een helder beeld hebben van de geestelijke situatie van de gemeente. En dat zij  vervolgens kunnen zeggen wat de gemeente nodig heeft.
Wat betreft dat eerste, dat kan op allerlei manieren, maar zeker via gesprekken met gemeenteleden. Je moet met elkaar als kerkenraad doorpraten over de geestelijke toestand van je ge meente. Zijn wij in voldoende mate een biddende gemeente? Zijn wij een gemeente waar de drie-enige God centraal staat en waar zijn Woord ook echt zeggenschap heeft in de levens van de gemeenteleden? Zijn wij een gemeenschap waar de verzoening met Christus gestalte krijgt in een liefdevolle en vergevingsgezinde omgang met elkaar? Kunnen mensen in ons midden echt hun  verhaal kwijt of kan dat alleen maar een verhaal zijn zoals wij het willen horen, of ‘zoals het hoort’?
Uit zo’n taxatie kan duidelijk worden dat er bepaalde wensen en verlangens zijn: meer gebed, meer vergevingsgezindheid of meer onderlinge zorg. De kerkenraad moet het initiatief nemen voor deze verandering.

Delegeer en geef vertrouwen
Zo’n raad van oudsten moet niet willen fungeren als een alge meen kerkelijk bestuur dat alles beheert, controleert en organiseert, maar als een team van inspirerende gangmakers die de geestelijke koers van de gemeente uitzetten en vasthouden, terwijl er zoveel mogelijk gedelegeerd wordt.
De consequentie daarvan is dat een kerkenraad zichzelf voortdurend de vraag moet stellen of wat hij doet wel past bij het geestelijk leidinggeven waartoe ze geroepen is. Eindeloze vergaderingen over beheer en financiën passen daar bijvoorbeeld niet bij. Delegeren is delegeren. Als je al het werk van commissies    en werkgroepen gaat overdoen, is dat een blijk van wantrouwen richting de mensen aan wie bepaalde verantwoordelijkheden en taken zijn overgedragen. Wantrouwen werkt niet inspirerend.

Geef het goede voorbeeld
Op een inspirerende manier leidinggeven aan de geestelijke groei van je gemeente kan alleen als jouw manier van doen in lijn is met je visie. Je moet persoonlijk geraakt zijn door je leiderschap, zo ben je voor anderen een voorbeeld dat om navolging vraagt:
Je wijst steeds op de drie-enige God. Je biedt hun perspectief op zijn koninkrijk en wijst hun de weg ernaartoe. Je wordt zelf geïnspireerd door de drie-enige God. Je bent zelf op weg naar Gods koninkrijk en je wilt anderen op die weg meenemen.
Geestelijk leidinggeven betekent dus dat je alle gemeenteleden (wie ze ook zijn) steeds weer bij een niet-geestelijke manier van leven weg wilt halen. Wie niet verder kijkt dan z’n eigen leven, spoor je aan tot een geestelijke manier van leven door hem aan te moedigen zichzelf aan God over te geven en eerst het koninkrijk van God te zoeken.
Geestelijk leidinggeven gaat dus door jezelf heen. Het raakt je en vormt je. Je bent ermee bezig door in je eigen leven God centraal te stellen; door veel te lezen in de Bijbel en te bidden.
Ook Paulus heeft het over die voorbeeldfunctie van geestelijke leiders (1 Timoteüs 4:12): ‘Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.’ En Petrus draagt zijn mede-oudsten op (1 Petrus 5:3): ‘Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.’
Zo kunnen ouderlingen ook elkaar ten voorbeeld zijn. Zo leerde Timoteüs veel van zijn leraar Paulus, die hem niet alleen wees op de veelzijdige kracht van het evangelie (2 Timoteüs 3:16-17), maar er ook op aandrong dat hij die kracht inzette bij zijn werk als geestelijk leider (2 Timoteüs 4:1-2): ‘Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist.’ Vandaar ook dat Paulus tegen Titus zegt dat een oudste ‘zich moet houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer’ (1:9).
Alle christenen horen we een ‘biddende’ manier van leven te hebben; een leven waarbij God in alles gekend wordt. Dat geldt al helemaal voor leiders (Romeinen 12:12, Efeziërs 6:18, Kolossenzen 4:2, 1 Tessalonicenzen 5:17). ‘Zonder ophouden’ betekent niet dat je voortdurend in gebed bent, want dan kun je geen andere dingen meer doen. Het betekent dat je alle aspecten van je leven opdraagt aan God, dat je gedragen wordt door gebed.

Het Nieuwe Testament geeft allemaal taakbeschrijvingen die samenhangen met geestelijk leiderschap:

Bijbelse termen

voor het werk van ouderlingen:

Bijbehorende teksten
leidinggeven Romeinen 12:8; 1 Tessalonicenzen 5:12;

1 Timoteüs 3:5, 5:17

voorgaan Hebreeën 13:17
besturen (stuurman) 1 Korintiërs 12:28
beheren (econoom) Titus 1:7
weiden (herder) Handelingen 20:28; 1 Petrus 5:2
inzet tonen, hard werken 1 Tessalonicenzen 5:12
waakzaam zijn (be-waken) Handelingen 20:31; Hebreeën 13:17
opletten, attent zijn Handelingen 20:28
toerusten Efeziërs 4:12
verzorgen 1 Timoteüs 3:5
bemoedigen Titus 1:9
terechtwijzen 1 Tessalonicenzen 5:12
weerleggen Titus 1:9

 

Waakzaam voorop lopen en zorgzaam richting geven
Leiderschap vraagt om waakzaam voorop lopen. Je moet ervoor waken dat de terugkeer van Christus en de definitieve doorbraak van Gods koninkrijk uit het blikveld van de gemeente verdwijnen. Om waakzaam te zijn moet je fris blijven; je moet niet alleen voor anderen goed zorgen, maar ook voor jezelf.
En richting geven doe je zorgzaam, niet op een afstandelijke manier. De te volgen route wordt de schapen van de kudde niet door de strot geduwd. Geestelijk leidinggeven doe je door gemeende betrokkenheid. De oudsten geven richting door te bemoedigen en te weerleggen (Titus 1:9) en door terecht te wijzen (1 Tessalonicenzen 5:12). Een oudste moet net zo zorgzaam voor de gemeente zijn als de barmhartige Samaritaan het voor de gewonde reiziger was.

Verwerking
Hoe zou je je eigen geloof typeren? Welk cijfer geef je ervoor?
Wat kunnen anderen van jouw geloof leren?
Wat kun jij van andere leiders in jouw team qua geloof leren?
Welk beeld (iets wat je eventueel kunt tekenen) past voor jou bij God? Denk niet zozeer aan wat het zou moeten zijn, maar hoe het in je eigen geloofsleven zit.
Zie je jezelf als geestelijk leider? Waarin blijkt dat ‘geestelijke’ in je bezigheden?

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Ouderlingen en Oudsten door Peter van de Kamp.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.