Leren in de Kerk > Hoe ga je om met miscommunicatie?

Hoe ga je om met miscommunicatie?

‘Ik heb wel gezien dat mensen in een conflict God zochten, dat ze zijn wil verlangden te doen, en dat het toch niet lukte. Op zo’n moment kijk je de gebrokenheid recht in haar gezicht.’
(Coach Aline Brouwer, onderWeg, januari 2015)

Het zou mooi zijn als veel lezers konden aangeven: ‘Miscommunicatie in mijn gemeente? Nee, die is er niet!’ Uit cijfers blijkt echter dat dit niet kan: in christelijke gemeenten zijn minstens zoveel conflicten en meningsverschillen als in seculiere organisaties. En ook al verschilt het thema van een conflict per denominatie, problemen zijn er in heel de breedte van christelijk Nederland.
Dit hoofdstuk maakt jou niet wegwijs in de wereld van coaching en toerusting, zodat je leert op semiprofessionele manier conflicten op te lossen; daarvoor kun je beter elders terecht. De focus ligt hier op de communicatieve kant: stel dat in jouw gemeente sprake is van een conflict of meningsverschil en jij hebt daarmee te maken, waar let jij dan op? Hoe schrijf je een tekst of voer je een gesprek waarin dat conflict, ook al is het onderhuids, een rol speelt?

Ietsje meer ontspanning
Eigenlijk is het vreemd, dat ook onder christenen conflicten voorkomen. Zoiets doet pijn en kan verlammend werken. Misschien kun je er ontspannen mee omgaan: conflicten zijn er nu eenmaal, belangrijker is wat jij ermee doet. Bij die ontspannen houding helpt de Bijbel, zo dringt Jezus er in Matteüs 18 op aan dat je eerst onder vier ogen broers of zussen aanspreekt op hun gedrag. Hieruit leer je dat God graag ziet dat zijn kinderen in vrede leven. Tegelijk: conflicten zijn blijkbaar niet te vermijden, anders zou Jezus deze voorschriften niet geven.
Realiseer je ook dat jij als christen deel uitmaakt van de samenleving en dat ideeën die daar heersen jou beïnvloeden. Een dominante gedachte is bijvoorbeeld dat alles maakbaar is. En als er iets fout gaat, moet iemand daar wel verantwoordelijk voor zijn. Zomaar ben ook jij geneigd om hierin mee te gaan: ‘Het probleem zit bij de ander en dat moet snel opgelost worden.’ Dat werkt niet: de Bijbel leert dat de wereld niet maakbaar is en dat problemen echt niet alleen door de ander veroorzaakt worden.

‘In Nederland wordt, als er iets gebeurt, onmiddellijk gesproken over de vraag wie er schuld aan heeft. Het lijkt erop dat iedereen pas
gerustgesteld is, wanneer er een schuldige kan worden aangewezen
die het veld moet ruimen.’
(Eddy de Pender, vrede stichten in de kerk, 2014)

Een heilloze weg: argumenteren
Hoe ontstaan conflicten? Opvallend is dat sommige deskundigen die vraag helemaal niet zo belangrijk vinden. Zo stelt het Netwerk Vredestichters dat ‘zij er innerlijk diep van overtuigd zijn geraakt, dat het zoeken naar oorzaken in een conflict een heilloze weg is’. Waarom? Omdat zoeken naar de bron van het kwaad niet helpt: veel te vaak kom je dan snel bij ‘die ander’ uit of bij een oorzaak die lekker buiten jezelf ligt. En in plaats van makkelijker wordt de situatie daardoor complexer.
Toch stellen we hier de vraag naar het ontstaan wél, omdat een korte kennismaking inzicht geeft. Er blijkt namelijk vooral één hoofdoorzaak van conflicten te zijn: christenen werken te vaak met het hoofd, met argumenten. Coach Aline Brouwer zegt in een artikel in het magazine Onderweg: ‘We discussiëren, ook als het gaat om onderwerpen waarop we vooral met ons hart betrokken zijn, met argumenten, met onze ratio.’ En dan gaat het zomaar mis, omdat je voorbijgaat aan wat in het hart van de ander leeft. Argumenten brengen namelijk verwijdering, zoeken naar het hart van de ander brengt verbinding.
Daarom is het belangrijk om vaker déze vraag te stellen: waarom is iets zó belangrijk voor de ander dat hij of zij dit met zoveel vuur inbrengt?

‘… door te beginnen met geloofscommunicatie, ben ik milder geworden. En anderen ook. Men is elkaars voeten gaan wassen in plaats van elkaars oren.’
(Marius Noorloos, nederlands dagblad, 22 april 2015)

Op zoek naar het hart van de ander dus, om zo echt contact te leggen. En laat argumenten dan nog maar even achterwege. Tot deze conclusie komt ook predikant Marius Noorloos (in het hierboven genoemde artikel), die zich veel heeft beziggehouden met gemeenteopbouw en met kerkelijk groepswerk. Zijn stelling is dat in de ‘kerkelijke agenda’ vaak veel te weinig tijd ingeruimd wordt voor bezinning, voor geloofsontmoeting.
Het is volgens Noorloos veel beter om de normale trits bij die agenda (er zijn activiteiten bedacht, daarop bezin jij je en ten slotte denk je na over communicatie) om te draaien. Begin maar eens met communicatie van hart tot hart, over zaken die er echt toe doen; bezin je daarop en neem daar ook de tijd voor. En bedenk vervolgens welke activiteiten dan passend zijn. In plaats van ABC wordt het dan dus CBA: communicatie – bezinning – activiteiten, ofwel: hart – verstand handen.

Laat OMA thuis en gebruik LSD
Welke andere adviezen kom je tegen als het gaat om vaardigheden voor een goede communicatie, ook in conflictsituaties? Drie tips.
1. Laat OMA vaker thuis. OMA is een grappige afkorting voor oordelen, meningen en adviezen. Die drie dingen moet je dus niet geven – althans niet meteen. Stel je deze situatie maar eens voor: in een groepsgesprek, waarin onderhuids een conflict meespeelt, vertelt iemand iets. Het roept bij jou een beeld op waar jij al snel een mening over hebt en je wilt graag jouw oordeel en advies delen. Tip: doe dit niet, laat OMA thuis en probeer eerst te luisteren, pas daarna is er gelegenheid om zelf iets te berde te brengen.

‘Luisteren doe je met je hele persoon. Niet alleen met je oren, ook door je lichaamshouding, je gedrag en door oogcontact laat je de ander zien dat je geïnteresseerd bent in wat hij of zij te zeggen heeft.’
(www.kerkwerk.nl)

2. Gebruik vaker LSD. Hierin staat de L voor datzelfde luisteren, waarbij je dit kenbaar maakt door te knikken en oogcontact te maken. De S in LSD staat voor samenvatten: als de andere persoon zijn verhaal heeft afgerond, vat je dit daarna samen, in jouw eigen woorden. Daarmee check je of jij alles goed begrepen hebt. Je kunt dit als volgt doen: ‘Als ik jou goed begrepen heb, vind jij dat… Klopt dit?’ Als blijkt dat je niet alles begrepen hebt, kan de ander jou aanvullen of verbeteren. Misschien heb je, ook al was de ander lange tijd aan het woord, dan nog steeds het gevoel dat nog niet alles gezegd is. Gebruik dan de D uit LSD van doorvragen, vooral op subjectieve uitingen. Als de ander zei: ‘Volgens mij bedoelde de voorganger…, dat vind ik fout’, dan vraag jij: ‘Waarom denk je dat hij dit bedoelde?’

3. Richt je eerst op het gezamenlijke belang. Dit algemenere advies
komt van Fred Meijer, onderwijsadviseur bij Hogeschool VIAA in Zwolle, die regelmatig aanwezig is bij groepen die met een conflict te maken hebben. Hij wijst op het belang om tijdens een groepsontmoeting het meningsverschil terzijde te leggen: ‘Richt je eerst op het gezamenlijke belang: samen wil je je inzetten voor de organisatie, het bedrijf, de kerkelijke gemeente. Als je hierover doorpraat, ontstaat een wij-gevoel.’ Natuurlijk moet ook het probleem zelf wel een keer aan bod komen. En ook dan is luisteren, door alle deelnemers, belangrijker dan praten: ‘Want vaak zijn rond zo’n meningsverschil in recente ontmoetingen of sessies al wel stevige stellingen betrokken. Maar wat er ten diepste achter of onder ligt, kwam vaak nog niet aan bod. Juist dáár, bij het open spreken van hart tot hart, liggen kansen.’

‘Ik stuur wel even een mailtje…’
Mailen is belangrijk, ook in het kerkelijke verkeer, als middel om snel iets door te geven of een afspraak te plannen. Besef wel dat het een middel is met een eigen karakter en eigen beperkingen. Mailen heeft iets snels waardoor het anders werkt en uitpakt dan het oude communicatiemiddel, de brief. Een mailtje stuur je wel even, maar een brief niet: daar ga je voor zitten, je denkt meer na over wat je schrijft.
Het nadeel van zowel een mailtje als een brief is dat de tekst vaak voor meer uitleg vatbaar is dan gesproken woorden, waarbij non-verbale signalen de communicatie extra verduidelijken.
Onthoud daarom deze algemene regel: gebruik een mail nooit om kritiek te leveren op iemand, bijvoorbeeld op de dominee en zijn preek van afgelopen zondag. Eddy de Pender zegt het zo: ‘Een mail sturen raad ik sterk af. Ik heb zoveel ellende gezien van mailverkeer in spannende situaties, dat ik mensen aanraad om daar zeer spaarzaam en zorgvuldig mee om te gaan.’

‘Paulus legt in 1 Korintiërs 12 diversiteit niet uit als iets wat je moet gedogen, maar als een eigenschap die de kracht van het lichaam tekent. Verscheidenheid mag je positief zien, je mag haar vieren. In de diversiteit kun je elkaar zien als dienaar van Christus, ieder op zijn plaats.’
(Coach Alex Boshuizen in onderWeg, januari 2015)

Wat evenmin werkt en regelmatig niet goed gaat, is het voeren van een discussie over geestelijke, inhoudelijke, theologische zaken via de mail. Immers, ook al gebruik je in zulk mailcontact regelmatig geloofstermen, feitelijk is mailen ‘hoofdwerk’ waarin argumenten heen en weer gaan zonder gelegenheid voor non-verbale communicatie, voor luisteren, voor doorvragen, voor de poging om bij het hart van de ander te komen.
En juist dat, het willen aanspreken van het hart van een ander, is hard nodig in een tijd waarin de diversiteit in vrijwel alle kerkelijke gemeenten sterk toeneemt. Vaak wordt die diversiteit, terecht, positief beoordeeld, als ‘verscheidenheid die gevierd mag worden’. Maar om dat ‘feest’ te kunnen vieren, zijn die gerichtheid op het hart van de ander en het spreken van ‘woorden die goeddoen aan wie ze hoort’ (Efeziërs 3: 29) broodnodig.

Handige sites
• www.kerkwerk.nl
• www.levenuitdebron.nl
• www.onderwegonline.nl
• www.vredestichters.nl
• www.vredestichtenindekerk.nl

Meer lezen?
• Eddy de Pender, Vrede stichten in de kerk (2014). Dit boek geeft inzicht in oorzaken van conflicten in kerkelijke situaties en hoe je ermee kunt omgaan.
• Peter Wierenga en Jurrien Robbe, Volg mij (2010). Dit boek gaat over ánders missionair zijn; het geeft ook tips voor communicatie.
• Bert Bakker, Luisteren 2.0: Anderen tevoorschijn luisteren (2013). Een boek over ‘motiverende gespreksvoering, vertaald naar gemeente en kerk’.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kerkelijke Communicatie door Leendert de Jong, Arie Kok en Wouter van der Toorn

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.