Leren in de Kerk > Hoe ga je om met niveauverschillen?

Hoe ga je om met niveauverschillen?

‘Het moeilijkst vond ik toch wel de niveauverschillen in de groep. Richard en Maarten weten haast niks. Ze willen wel praten, maar echte diepgang krijg ik er niet in. Anniek heeft dyslexie en Mirjam houdt zich meestal stil. Ik weet zeker dat ze totaal niet uitgedaagd wordt. Carina weet veel van de Bijbel, maar ik denk niet dat ze veel nieuws geleerd heeft. Daar wil ik komend seizoen meer aandacht aan geven. Maar ik weet nog niet zo goed hoe…’ (Tineke, na haar eerste jaar als catecheet)

Elke catechisatiegroep kent jongeren met allerlei niveaus. Dit komt deels door het leervermogen dat iedereen heeft. Maar er zijn ook verschillen in de voorkennis van catechisanten. Ze hebben bijvoorbeeld wel of niet christelijke basisonderwijs gevolgd. Ook de manier waarop thuis over geloof wordt doorgepraat, varieert soms enorm. En dan heb je nog gedragsproblemen of handicaps zoals PDD-NOS, ADHD, dyslexie, stotteren of slechthorendheid.
Het schoolsysteem in Nederland is opgedeeld in verschillende niveaus. Voor elk niveau bestaat een leerweg. Ook als er gedragsproblemen of andere beperkingen zijn, dan is er speciaal onderwijs. Docenten zijn opgeleid voor een specifieke doelgroep. Catechisatie kent deze uitsplitsing zelden en catecheten zijn (meestal) niet pedagogisch opgeleid en hebben geen ervaring met al die verschillen. Het is daarom niet verwonderlijk dat veel van hen hiermee worstelen.

Omgaan met verschillende niveaus
Er is geen blauwdruk te maken voor het omgaan met niveauverschillen binnen een catechesegroep. Daarom moet je goed kijken naar de jongeren die jij voor je hebt. Wat je daarbij kan helpen is het afwegen van de vooren nadelen.

Nadelen van verschillende niveaus bij elkaar:
• Je kunt je als catecheet ontevreden en onzeker voelen. Je vraagt je elke keer af of je de slimmeriken of de moeilijk lerende jongeren wel genoeg hebt meegegeven.
• Soms blijft het niet bij gevoelens, maar krijg je het ook terug van jongeren en hun ouders: ‘Het is veel te theoretisch en vaag’, of: ‘Het gaat alleen maar over gevoel, ik leer niks extra’s over het geloof.’
• De sfeer in de groep kan lijden onder de niveauverschillen. Er is wederzijds geen respect of belangstelling voor elkaar.

‘Wij hebben vorig jaar een ingrijpende verandering in een catechisatiegroep aangebracht. Het ging echt niet meer. Niemand ging met plezier naar catechisatie. We hebben alles geprobeerd om de sfeer in de groep te verbeteren, maar dat is niet gelukt. In de groep zaten een aantal HAVO-ers en VWO-ers en een paar VMBO-ers. Het werden twee groepen die niet meer met elkaar konden omgaan. De VWOers deden minderwaardig over de VMBO-ers, en andersom was er geen respect voor wie graag met elkaar wilde discussiëren. Na lang overleg en gebed om wijsheid, hebben we besloten om de groep te splitsen. Het gaat nu veel beter, met alle jongeren.’ (Corine en Erik, catecheten)

Voordelen van verschillende niveaus bij elkaar:
• Het uitgangspunt dat God ons verschillend geschapen heeft, komt mooi tot uitdrukking binnen de groep. Als er een sfeer van acceptatie en waardering voor elkaar is, is dit zoals God het bedoeld heeft.
• Jongeren kunnen veel van elkaar leren. Hoogbegaafde jongeren kunnen leren van het praktische geloof van een groepsgenoot. En zij kunnen op hun beurt iets duidelijk uitleggen aan wie moeilijk kunnen leren.
• God kijkt niet naar zijn kinderen of ze wel genoeg weten en of ze wel alle regels goed naleven. Hij kijkt naar hun hart: Geloof jij in mij? Hou jij van mij? En wil jij graag je leven laten leiden door Mij? Daarbij heeft Hij ieder kind gezegend met verschillende gaven en mogelijkheden. Hij heeft een gemeente bedoeld om elkaar aan te vullen, elkaar te helpen en te ondersteunen. En iedereen draagt beperkingen met zich mee. Zo leren jongeren tijdens hun catechisatieperiode ook met elkaar omgaan. Om te ontdekken dat God de een niet beter of slechter vindt dan een ander. En ook om te ontdekken dat ieder kind van God zijn eigen plek en mogelijkheden heeft gekregen.
• Ondanks ‘het ongemak’ van de niveauverschillen, leren jongeren toch met elkaar om te gaan. Een ervaring die ze later in de maatschappij en in de kerk goed kunnen gebruiken.

‘Ik geniet van de niveauverschillen binnen mijn catechesegroepen. Jongeren waarvan ik weet dat ze niet veel kennis van de Bijbel hebben, kunnen soms heel ontwapenend reageren. Jongeren die snel en slim in hun denken zijn, leren daar veel van! Laatst nog: Kevin is een jongen met PDD-NOS die op een Praktijkschool zit en behoorlijk technisch is. Ik vroeg hem wat hij zich bij genade voorstelde. Hij zei: ‘Ik heb geen idee. Maar ik weet gewoon dat God van mij houdt en daarom ben ik niet bang als mensen me uitlachen.’ Marco is een VWO-er met altijd zijn woordje klaar en hij reageerde nadat het even stil was: ‘Kevin, ik ben jaloers op jou. Ik wil altijd alles begrijpen, maar jij accepteert het gewoon..’ (Gerco, catecheet)

Wel of niet kiezen voor niveaugroepen
Zoals al gezegd: iedere groep is anders en elke catecheet reageert op zijn eigen manier. Kijk goed naar je eigen jongeren. En kijk naar je eigen mogelijkheden en beperkingen. Heb jij zelf voldoende vaardigheden om met deze niveauverschillen om te gaan? Bid om wijsheid als je gaat nadenken over de groepssamenstelling. Bespreek in je catecheseteam welke mogelijkheden er zijn. Zoek antwoorden op de volgende vragen:

• Wat wil de jongere zelf?
Wil een hoogbegaafde jongere extra verdiepingsavonden? Eventueel met andere hoogbegaafde jongeren uit de regio? Of wil hij juist géén uitzonderingspositie? Zorg dan voor voldoende extra’s tijdens de les zodat deze jongere niet (in stilte) afscheid neemt van het geloof.
Wil een moeilijk lerende jongere extra aandacht? Zijn er mogelijkheden voor aangepaste catechese? Of wil de jongere onderdeel van zijn leeftijdsgroep blijven, ook al begrijpt hij niet alles?
• Wat wil de groep?
Bespreek de wensen van de jongeren. Zijn er mogelijkheden om in respect met elkaar om te gaan? Kan negatief gedrag worden omgedraaid in positief gedrag? Als ze hier geen mogelijkheden voor zien, bespreek dit dan verder met ouders en het catecheseteam om tot oplossingen te komen.
• Wat zijn de wensen van de ouders?
Ga in gesprek met de ouders van jongeren die vanwege een groot niveauverschil moeite in de groep hebben. Willen ouders dat hun kind zoveel mogelijk met de rest van de groep omgaat? Of willen ouders liever een aangepaste route voor meer uitdaging of aangepaste catechese? Maak samen met de ouders concrete afspraken over mogelijkheden en betrek hen in het proces. Dit geldt vooral voor de jongeren tot en met 16 jaar. Ga niet iemand ‘betuttelen’ die heel goed in staat is zelf zijn verantwoordelijkheid te nemen.
• Wat zijn de mogelijkheden van jou als catecheet?
Zie jij zelf mogelijkheden om zowel moeilijk lerenden als meerbegaafden te bedienen in een les? Biedt de methode die je gebruikt tips en mogelijkheden om beide niveaus aan te spreken? Ben je bereid (en heb je tijd) om te investeren in deze groep?

In de meeste gemeenten zijn de catechesegroepen ingedeeld op leeftijd, de zogenaamde ‘horizontale groepen’. Een heel andere indeling die je kan hanteren zijn de ‘verticale groepen’. Dwars door de gemeente worden groepen van oud en jong samengesteld om door te praten over het gezamenlijke geloof in Jezus Christus. Bestaande kringen kunnen mogelijk worden uitgebreid met tieners. Zo kunnen oud en jong van elkaar leren. Deze benadering brengt andere (praktische) vragen met zich mee. De verschillen in leefwereld en interesses kunnen een obstakel vormen. En ook de inhoud van de avonden zullen tegen het licht gehouden moeten worden: zijn er voldoende leermomenten voor jongeren? Maar het is zeker de moeite waard om te bespreken.

Tips voor het omgaan met niveauverschillen

‘Sinds ik tijdens een cursus gehoord heb, dat ik maar een klein onderdeel van de les aandacht hoef te geven aan de twee uiterste niveaus, heeft me dat meer rust gegeven. Ik voel me niet meer schuldig als Martine niet alles snapt en ik weet dat Christiaan niet voortdurend uitgedaagd hoeft te worden met pittige discussies.’ (Judith, catecheet)

• In alle groepen zijn verschillende niveaus. Het is de kunst van jou als catecheet om ze allemaal aan te spreken in een les. Dat betekent niet dat dit het hele uur merkbaar hoeft te zijn. Als je in je voorbereiding nadenkt over één moment voor jongeren met een hoog én een laag niveau, dan heb je aan beiden uitersten aandacht gegeven. Ze voelen zich gekend en gezien.
• Voor een moeilijk lerende jongere is herhaling belangrijk, maar voor een hoogbegaafde jongere is dat vaak storend. Houd daar dus rekening mee.
• Een gesprek of het invullen van een opdracht zijn werkvormen
die veel gebruikt worden. Maar door een andere werkvorm te kiezen, spreek je jongeren van verschillende niveaus waarschijnlijk beter aan. Een creatieve of interactieve werkvorm biedt vaak voor beide niveaus uitdagingen. Een speelse discussievorm biedt voor een meerbegaafde jongere uitdaging om argumenten te bedenken, terwijl een jongere met leermoeilijkheden niet direct op kennis wordt aangesproken, maar op de actie. Maak bijvoorbeeld gebruik van rode en groene kaartjes om meningen te inventariseren. Ze hoeven alleen hun kaartje in de lucht te steken om hun mening kenbaar te maken. Geef hen die hun keus willen beargumenteren een beurt om dit te zeggen. Het toepassen van de juiste werkvormen is één van de beste oplossingen om goed om te gaan met niveauverschillen.
• Houdt contact met de jongeren zelf (hoog of laag niveau, met PDD-NOS of ADHD, jongeren die stotteren of dyslexie hebben of een andere beperking). Maak zo nu en dan een praatje met hen persoonlijk over hun plek binnen de groep. Hebben ze het naar hun zin? Zijn er dingen die ze anders willen? Wil de jongere met dyslexie of de jongere die stottert wel uit de Bijbel voorlezen of liever niet? Geef jongeren met ADHD doeopdrachten zodat ze op een georganiseerde manier hun energie kwijt kunnen. Is het programma duidelijk genoeg voor die jongere met autisme?
• Houdt bij het zoeken naar catecheten voor ogen dat zij ook de vaardigheid bezitten (of willen ontwikkelen) om met verschillende niveaus in een groep om te gaan. Als er voldoende mensen in een gemeente beschikbaar zijn, kan het goed en prettig zijn om twee catecheten op één groep te zetten. Zo kunnen de catecheten tijdens bepaalde momenten in de les elk een ander niveau voor hun rekening nemen.
• Kijk kritisch naar de catechesemethode die je gebruikt. Worden in deze methode tips en handreikingen gegeven om met niveauverschillen om te gaan?

Verwerking
1 Houd je groep onder de loep en bekijk wat in jouw specifieke groep(en) de vooren nadelen van niveauverschillen zijn. Wat gaat goed, wat kan beter?
2 kijk naar bijlage 8 en zoek geschikte werkvormen uit die bij jouw gevarieerde groep zullen passen.
3 Biedt de methode die jullie gebruiken mogelijkheden voor het omgaan met niveauverschillen?
4 Welke plek hebben jongeren met een verstandelijke beperking binnen jullie gemeente? Moet daar extra aandacht aan gegeven worden?

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Catecheten door Ingrid Plantinga en Harmke Vlieg.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.