Leren in de Kerk > Hoe wordt de dienst een verhaal?

Hoe wordt de dienst een verhaal?

Het is vijf voor tien, zondagochtend. De dorpskerk van Rommeldam is al goed bezet. Mensen praten gezellig door elkaar. Henny en Jan Pietersen zitten achterstevoren in de bank, want Marjan is deze week geopereerd. Even horen hoe het nu gaat. Voorin de kerk is Jaap van de techniek druk met kabeltjes in de weer. Pianist Henk speelt nog even een moeilijk lied door. Ds. Havergort verzamelt de kerkenraad voor het consistoriegebed. Een paar peuters struinen door de kerk en klimmen op het podium. Ach, ze moeten straks zo lang stilzitten, laat ze maar even.
Dan is het tien uur. De oudste van dienst loopt het podium op. Hoe krijgt hij de gemeente stil? En hoe gaan ze de aandacht vasthouden in een dienst van anderhalf uur?

De eredienst is een vorm van communicatie, zij het een heel bijzondere. In de ene kerk is er sprake van een fijnzinnige en doordachte liturgie, in een andere kerk barst de lofprijzing spontaan los. Los van al de verschillende tradities en theologische opvattingen, is het uitgangspunt voor dit hoofdstuk dat de eredienst draait om de ontmoeting van God met zijn gemeente, een samenspel van zijn heilige ‘stem’ en onze ‘tegenstem’.
Vanuit het perspectief van communicatie is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de aandacht bij de dienst tot het einde wordt vastgehouden? Nu, dat kan het beste door van de dienst een verhaal te maken – in dit hoofdstuk wordt duidelijk wat daarmee bedoeld wordt.
Voor het gemak worden de woorden ‘eredienst’, ‘ouderling’ en ‘voorganger’ gebruikt, waar ook ‘samenkomst’, ‘oudste’ of ‘dominee’ ingevuld kan worden.

Ontmoeting met God
‘Als we niet oppassen, worden we een adhd-kerk, waarbij we alleen nog maar doen wat mensen van ons vragen.’ Die verzuchting uitte onlangs een predikant die toch niet vies was van enige liturgische en evangelische vernieuwing. ‘Het aantal activiteiten en prikkels die een gemiddelde kerkganger moet verwerken in een doorsnee week, is enorm. Mag het op zondag wat minder?’

Hoe sluit je je als kerk aan bij deze cultuur, zonder dat je een supermarkt van behoeftebevrediging wordt? De aandacht die we op sociale media voor onszelf opeisen, kan zomaar doorwerken in de dienst.
Besef daarom dat het in de eredienst in de eerste plaats om de ontmoeting met God gaat. Bij alles wat daaraan niet bijdraagt, moet je je afvragen of je het wel moet doen in de dienst. Organiseer je slecht, denk je onvoldoende na over de dienst, dan is er niet genoeg focus op de kern van het samenzijn; dan gaat het meer om onze problemen of onze podiumprestaties.
Een groot verschil met je persoonlijke stille tijd, en in zekere mate ook met je bijbelkring, is dat in de eredienst het ‘wij’ bo ven het ‘ik’ gaat. We hebben een viering als gemeente van Jezus Christus, niet als verzameling individuen. Als je op het podium staat om te preken, te spelen, te bidden of te zingen, dan doe je dat namens de gemeente en niet namens jezelf. Dat vraagt om een andere toon, een waarop je je zorgvuldig moet voorbereiden. Dan zullen spontane momenten, die ook onmisbaar zijn, beter tot hun recht komen.

Voorbereiding van de dienst
‘Hartelijk welkom, gemeente. We beginnen deze dienst nu met het zingen van lied nummer, even kijken wat hier staat, o ja, ik zie het, nummer 634. Misschien is de melodie wat onbekend, dus luistert u maar goed naar de pianist.’

De voorbereiding is het halve werk. Dat is een cliché dat waar is, tegelijkertijd geeft het aan waar het vaak mis gaat. Goed voorbereid zijn gaat over gastvrijheid en respect. Dat heeft ook alles te maken met missionair kerk-zijn. Als je je bruiloft viert of een buurtbarbecue organiseert, dan zorg je dat alles klaarstaat, ruim voordat de gasten komen. Hoe komt het over op gasten als de beameraar de liederen voor op de beamer nog moet opzoeken in zijn database terwijl de kerkenraad al binnenkomt? Of als de gastvoorganger vijf minuten voor tijd komt aanlopen, terwijl de hele dienst nog met de betrokkenen afgestemd moet worden?
In het volgende hoofdstuk vind je meer praktische tips voor de voorbereiding en vormgeving van de dienst, in het bijzonder de preek.

Een samenhangend geheel
Het gaat er dus om de aandacht tijdens de dienst vast te houden en te richten op de ontmoeting met God, als zijn gemeente. Daarbij is van belang dat de dienst een samenhangend geheel vormt. In de traditionele liturgieën, zoals katholieke missen, zie je een uitgedokterde opbouw met veel vaste teksten. In protestantse of evangelische diensten vinden we dat minder geschikt. Maar we kunnen er wel iets uit meenemen, want een bepaalde opbouw is van belang.
Zo’n liturgie zorgt er namelijk voor dat alles wat aan de orde moet komen, ook aan de orde komt. Ze functioneert, oneerbiedig gezegd, als een checklist die door de eeuwen heen is ontwikkeld. Maar bovenal helpt een traditionele liturgie de gemeente een bepaalde route af te leggen. Ze brengt de gemeente van A naar B, ze maakt een emotionele ontwikkeling door tijdens de dienst.
In de communicatieliteratuur wordt er veel geschreven over storytelling. Dat klinkt als een modewoord voor verhalen vertellen, maar in wezen gaat het om eeuwenoude technieken die weer opnieuw worden afgestoft en ook bruikbaar zijn bij het opbouwen van de eredienst. Dat komt het meest duidelijk tot uitdrukking in de preek, die je als een verhaal kunt brengen. Maar door ook aandacht te besteden aan de verhaallijn van het geheel, kan de aandacht beter worden vastgehouden.

Aristoteles’ verhaalopbouw
Er zijn verschillende modellen om een goed verhaal te vertellen, die allemaal van vrijwel dezelfde principes uitgaan. de Griekse filosoof aristoteles staat aan de basis van deze modellen. Hij onderscheidt vijf fasen:
1. expositie: uiteenzetting, waar gaat het over, in welk verhaal bevinden we ons? Wat is het decor, wat zijn de personages?
2. complicatie: het blijkt allemaal wat ingewikkelder dan gedacht. Welke problemen doemen op?
3. climax: bouw de problemen uit tot de gemeente denkt: hier gaan we niet meer uitkomen. Hoe moeten we nu verder?
4. omslag: aha, er blijkt hoop te zijn, er is een uitweg.
5. katharsis: reiniging, ofwel: er is een boodschap waarmee de gemeente weggezonden kan worden.

De dienst als verhaal
• Zorg voor een duidelijk thema voor de dienst. Heeft de preek geen thema, dan moet de voorganger zich afvragen of hij zich
wel voldoende beperkt heeft en voldoende richting aan zijn preek heeft gegeven.
• Werk het thema uit naar de hele dienst, dus ook naar de liederenkeuze (zie ook hoofdstuk 11 over muziek).
• Doseer informatie zorgvuldig. Het openingswoord van de oudste van dienst of dienstleider moet duidelijkheid geven: waar gaat het vandaag over? Maar geef niet alles weg en trek nog geen conclusies, zodat de gemeente nieuwsgierig blijft.
• Neem de gemeente mee in de liederenkeuze door (een blokje) liederen met een enkele zin aan te kondigen: waarom zingen we dit nu? Denk daarbij aan de verhaallijn: hoe past het lied in het geheel van de dienst? Je zult zien dat mensen dan enthousiaster meezingen, ook als het lied qua stijl en melodie minder populair is. Voorkom aankondigingen zoals in de casus hierboven. Het komt over alsof men geen idee heeft waar men mee bezig is.
• Kies liederen die passen bij de fase van de dienst waarin ze gezongen worden. Een vrolijk lofprijzingslied als opening zet meteen een sfeer. Misschien past dat helemaal bij het thema. Maar verstilling als opening kan ook een goede keuze zijn. In het begin van de dienst past verootmoediging, aan het einde meer de toewijding, als antwoord op de preek. Zorg ervoor dat er een goede inhoudelijke opbouw in zit.
• Muzikanten moeten de opbouw van de dienst goed ‘lezen’. Een lange gitaarsolo tussen het zesde en het laatste couplet is niet zo handig. De gemeente wil graag weer zitten. En orgelvoorspel van 5 minuten bij het slotlied – zie dan de kinderen nog maar eens rustig te houden. Bovendien wenkt de koffie. Op een meditatiever moment of tijdens de collectie is het juist wel heel geschikt om even muzikaal uit te pakken.

De preek als verhaal
We zijn tegenwoordig verwend met Hollywoodfilms en tv-series, waarvan de makers storytelling tot in de puntjes beheersen. Dat maakt het des te lastiger om een drie-, vier- of vijfpuntenpreek zonder spannende opbouw uit te zitten. Het model van Aristoteles kan voorgangers hierbij helpen:
• Plaats je preek in het geheel van de dienst en refereer hier en daar op een natuurlijke manier aan wat er al aan bod is gekomen in de liederen en de liturgie.
• De essentie van het model van Aristoteles is: verklap niet aan het begin van de preek wat de uiteindelijke boodschap gaat worden. Bouw eerst de controverse uit, de moeilijkheden, de onmogelijkheden van de tekst. Pas als alles uitzichtloos lijkt te gaan worden, kom je stap voor stap met het goede nieuws! Dan is iedereen er ook helemaal klaar voor. Zorg ervoor dat je boodschap in gretige aarde valt.
• Het helpt om beelden en (sub-)verhalen te gebruiken, maar doe het goed getimed en goed uitgewerkt. Te vaak hoor je preken waarin een goed voorbeeld in twee zinnen wordt neergezet. Heel efficiënt, maar blijft het ook hangen? Je kunt anekdotes en voorbeelden ook vertellen volgens bovenstaand model. Bouw de spanning op en maak het beeldend.

Tips voor de dienstleider
In de meeste kerken heet een ouderling of dienstleider de gemeente en de gasten welkom in de kerk. voor degene die aan de beurt is, is dat een spannende bezigheid. een paar tips:
• Zorg ervoor dat je vanaf je eerste zin de aandacht hebt. en zo niet, eis dan de aandacht op door net zo lang te wachten tot iedereen zit en het stil is geworden. Het helpt enorm als de organist of pianist voor de dienst iets meditatiefs speelt en precies stopt als jij het woord wilt nemen.
• Laat je eerste zin niet al te belangrijk zijn. dan kunnen mensen even wennen aan je stem.
• Let erop dat je goed staat en rustig adem kunt halen (in je buik en niet in je borst!).
• Houd je zinnen kort, gebruik gewone taal en wees praktisch. Wees niet formeel en plechtig.
• Ben je onzeker of je er wel uit gaat komen, schrijf dan kernwoorden op een briefje. dan komen de zinnen vanzelf wel. Ga geen hele zinnen voorlezen, dat staat erg onpersoonlijk. een uitzondering kun je maken voor mededelingen die erg gevoelig liggen, zoals de aankondiging van een overlijden. daarmee kun je niet het risico lopen dat je staat te hakkelen.
• Wil je gasten verwelkomen in de kerk, let dan goed op de formulering. ‘ook welkom aan de gasten…’ is onvergeeflijk: je maakt ze tweederangs. ‘een speciaal welkom…’ is al beter. bedenk dat veel gasten het liefst niet opvallen. Hun vragen op te staan of hun zelfs publiekelijk een cadeautje geven (echt gebeurd!) kan een goede reden zijn zich nooit meer te laten zien.
• Behandel gasten niet als dummies die niets begrijpen en alles in jip-
en-janneketaal uitgelegd moeten krijgen. Gebruik je gewone kerktaal. Ze merken zo dat ze in een andere wereld terecht zijn gekomen, waar werkelijk andere dingen aan de orde zijn. dat kan, net als een goede film, intrigeren en juist aantrekkelijk zijn. maar wees je wel bewust van hoe je woorden overkomen bij gasten en vermijd onnodig jargon. een eenvoudige ‘truc’ om jargon uit te leggen is een synoniem erna (of juist ervoor) te noemen: ‘God wil graag dat we eerlijk met elkaar omgaan, daarom heeft de bijbel het vaak over ‘gerechtigheid’.’
• Soms (vooral als gemeentes samenkomen op andere locaties dan het eigen kerkgebouw), wil de techniek nog wel eens haperen. Wacht rustig tot de technicus het probleem heeft opgelost, en begin dan opnieuw, alsof er niets gebeurd is. Lees ook bijlage 5 over de technische voorbereiding van je preken.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kerkelijke Communicatie door Leendert de Jong, Arie Kok en Wouter van der Toorn
 

Laat een reactie achter