Leren in de Kerk > Hulp bij armoede en schuld

Hulp bij armoede en schuld

‘Vorig jaar had ik nog 33 euro per week te besteden. Dat haal ik  niet meer. Ik kocht toen eens per week in het weekend een stukje kaas. Nu eens per maand. Koffie? Het apparaat is de deur uit. Rondkomen wordt steeds lastiger. Ik ga er niet dood van, maar het is waardeloos.’
(Martina, 27 jaar)

Van oudsher heeft de diaconie een belangrijke taak in het steunen van mensen in financiële nood. Deze taak wordt zeer belangrijk nu het sociale vangnet steeds grotere mazen krijgt waar steeds meer mensen doorheen vallen (zie hoofdstuk 13). Grote kans dat je als diaken in toenemende mate te maken krijgt met situaties van schulden en armoede, binnen en buiten de kerkelijke gemeente. Hoe bied je verantwoorde en barmhartige steun?

Hoe definieer je ‘armoede’?
Iedereen kent de beelden van krottenwijken en totale verpaupering in derdewereldlanden. Maar in Nederland ziet armoede er heel anders uit dan in bijvoorbeeld Ethiopië.
Volgens een gangbare definitie ben je arm, wanneer je voor  langere tijd te weinig middelen hebt voor het minimale levenspeil dat in je cultuur geldt. Daarmee ben je dus uitgesloten van wat deze cultuur als ‘normaal’ ziet.
Armoede is dus een relatief begrip. Het hangt ervan af wat je maatschappij als ‘minimaal benodigd’ beschouwt. Kom je daar onder, dan ben je arm en kun je in je eigen samenleving niet meer goed mee doen. Tot dat minimale levenspeil behoren de dagelijkse levensbehoeften zoals voeding en kleding, huur, gas, water en elektra, ziekenfondspremie en verzekeringen. Maar ook het sociaal maatschappelijk verkeer, omdat financiële problemen vaak resulteren in een sociaal isolement.

Enkele feiten over armoede (CBS, 2013).

  • Tot 2013 is de armoede in Nederland sterk toegenomen, tot bijna 8% van de bevolking. Die stijging hing samen met de economische crisis. De laatste cijfers die beschikbaar zijn, betreffen 2014. Dit jaar laat weer een lichte daling van de armoede zien. Het aantal armen bedraagt nu iets meer dan 1,2 miljoen (7,6%).
  • De kans op armoede is het hoogst bij eenoudergezinnen, alleenstaanden tot 65 jaar, niet-westerse huishoudens en bijstandontvangers. Bij al deze groepen nam het armoedepercentage tot 2014 flink toe.
  • Sinds 2007 is armoede onder kinderen sterk toegenomen. Eén op de drie armen is jonger dan 18 jaar.
  • Armoede concentreert zich in de grote steden. De postcodegebieden met de meeste armoede liggen in Leeuwarden en Den Haag.
  • Er zijn 130 voedselbanken in Nederland, die 25.000 huishoudens ondersteunen bij hun dagelijkse eerste levensbehoeften. Dat zijn 60.000 mensen. Die passen samen niet eens in de Amsterdam Arena!

Waaraan herken je armoede?
Ondanks stijgende armoedecijfers, is armoede lang niet altijd meteen te herkennen. Niemand loopt er mee te koop. Daardoor blijft armoede vaak lang verborgen. Lastig voor jou als diaken. Hoe krijg je er toch zicht op?

Let op risicogroepen
Allereerst is het belangrijk dat je weet welke mensen extra kwetsbaar zijn en grotere risico’s lopen op financiële problemen. Hier zie je enkele risicofactoren, zodat je alert kunt zijn (hoe hoger op de lijst, hoe groter de kans op armoede):

  • Alleenstaande ouders met kinderen
  • Mensen zonder betaald werk
  • Ouderen
  • Asielzoekers
  • Mensen met psychische problemen
  • Mensen met een chronische ziekte of handicap
  • Gezinnen waarin slechts één persoon betaald werk heeft
  • Mensen met een onvolledige AOW
  • Mensen met een parttime baan
  • Jongeren

Check als diaken regelmatig wie er in je wijk en gemeente tot deze kwetsbare groepen behoren. Informeer gemeenteleden over de kwetsbaarheid van bepaalde groepen in de buurt en in de gemeente, zodat men alert is.
Niet iedereen in deze groepen heeft financiële problemen, en je vindt deze problemen ook in andere groepen. Maar deze groepen zijn extra kwetsbaar en dat feit alleen kan al helpen om het onderwerp bespreekbaar te maken. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Ik heb gemerkt dat alleenstaande ouders met kinderen financieel best wat zorgen kunnen hebben. Hoe zit dat bij jou?’

Let op bepaalde signalen
Er zijn signalen die kunnen wijzen op armoede. Trek echter geen overhaaste conclusies. Gebruik je eigen ogen en oren en die van anderen (voorganger, ouderlingen, oudsten). Vraag hun signalen die zij opvangen door te geven. Bedenk dat vrouwen vaak heel andere dingen zien dan mannen. Hieronder worden een paar dingen genoemd waar je op kunt letten:

  • Men draagt kleding die niet past bij het seizoen.
  • In de winter is het koud in huis.
  • Het meubilair is oud of kapot.
  • Slecht onderhouden tuin en woning.
  • De kinderen krijgen niet elke dag een lunchpakketje mee naar school.
  • De kinderen gaan nooit mee op kamp of schoolreisje als daarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd.
  • Er staat niet elke dag een warme maaltijd op tafel.
  • Men is geen lid van een muziek- of sportvereniging.
  • Men gaat niet op vakantie.
  • Men betaalt geen kerkelijke bijdrage.
  • In huis slingeren veel ongeopende enveloppen rond.

Deze lijst is niet uitputtend. Staar je er niet blind op. Niet iedereen met versleten meubilair heeft een financieel probleem. Sommige mensen hechten gewoon weinig waarde aan meubels. Maar dit lijstje kan je wel helpen voelsprieten te ontwikkelen waardoor je situaties beter gaat herkennen.

‘Je bent geneigd af te gaan op wat je ziet. Staat er een breedbeeldtelevisie, HD-recorder of tablet? Dan hebben deze mensen vast geen financiële problemen. Maar wat kun je je snel verkijken! Ik heb geleerd dat mensen bereid zijn om te bezuinigen op warmte, kleding en voedsel om toch ‘mee te kunnen doen’. Bovendien is een lening makkelijk afgesloten. En aan de buitenkant kun je niet zien of het op krediet is gekocht.’
(Anouk, 58 jaar)

Hoe maak je contact?
Veel armoede is verborgen. Hoe zorg je ervoor dat de mensen die het nodig hebben, jullie weten te vinden? En hoe maak je iemand met financiële zorgen op een gevoelige, tactische manier duidelijk dat jullie willen helpen?

Maak een folder of informatieblad
Allereerst moeten de mensen weten wat de diaconie kan bieden. Daarmee verlaag je de drempel om hulp te vragen. Veronderstel niet dat iedereen wel weet wanneer je precies bij de diaconie terecht kunt, want dat is niet zo! Informeer de gemeente daarom expliciet over je hulpaanbod. Maak bijvoorbeeld een informatieblad ‘Diaconale hulp bij financiële zorgen’. Deel dat uit bij een bezoek. Hierop geef je aan:

  • Wie jullie zijn als diaconie en wat jullie taak is.
  • Welke spelregels er zijn (beknopt), welke criteria de diaconie hanteert voor het geven van hulp.
  • Hoe ze contact met jullie kunnen opnemen (telefoonnummers, emailadressen etc.).

Tip
Kijk voor inspiratie en voorbeelden voor een informatiefolder op: www.diaconaalsteunpunt.nl.

Ga op bezoek
Niet iedereen komt naar je toe, zelfs al weten ze dat ze bij je aan kunnen kloppen. Sommige mensen moet je zelf benaderen. Stel, je hebt gehoord of je vermoedt dat er sprake is van financiële zorgen bij een van je gemeenteleden of iemand in de wijk. Je besluit langs te gaan om erachter te komen hoe groot de nood is en hoe je kunt helpen. Hoe pak je zoiets aan?

  • Allereerst: vraag hoe het gaat. Zeg dat je gehoord hebt over bepaalde zorgen, en dat je wilt vragen of hulp gewenst is. Wanneer je slechts een vermoeden hebt, houd het dan meer algemeen.
  • Vul stiltes in een gesprek niet te snel op. Stiltes kunnen rust creëren en geven de andere de gelegenheid om na te denken alvorens wat te zeggen.
  • Pak niet meteen pen en papier. Anders lijk je een soort controleur. Later in het gesprek, of eenmaal weer thuis, kun je altijd nog de benodigde gegevens noteren.
  • Maak er een gewoonte van om aan het eind van een bezoek gewoon en ontspannen over je taak als diaken te vertellen: ‘Als diaken weet ik uit ervaring dat je zomaar financieel in de knel kunt komen. Vaak hebben mensen de neiging om dat voor zichzelf te houden. Mocht zoiets zich bij jullie voordoen, dan wil ik dat jullie weten dat ik bereikbaar en beschikbaar ben om te luisteren en mee te denken over oplossingen. Aarzel niet om dan contact met me op te nemen.’

Welke richtlijnen hanteer je voor het geven van financiële steun?
Hoe ga je vervolgens hulp bieden? Welke criteria stel je voor het geven van geld? In bijlage 7 vind je een toetsingsmodel voor het verlenen van financiële steun door de diaconie. Daarbij moet je onderscheid maken tussen acute nood (‘geen brood op de plank’) en structurele nood (langdurig). Bij acute nood help je snel met een beperkt bedrag enkel bedoeld voor levensonderhoud. In dit soort gevallen doe je geen uitgebreid onderzoek naar de oorzaak. Bij structurele nood doe je dat wel – niet op zakelijke en kritische wijze, zoals een financiële instelling dat doet, maar op een meelevende manier, als onderdeel van het helpen van de ander. Naast het verlenen van middelen voor levensonderhoud werk je mee aan een oplossing op de lange termijn. Idealiter gaat dit samen met professionele hulpverlening (psychosociaal, maatschappelijk werk). Belangrijke richtlijnen hierbij zijn:

  • Neem in principe geen verantwoordelijkheden van de hulpvrager over.
  • Er kunnen redenen zijn om geen steun te geven. Om dat je daar meer kwaad mee zou doen dan goed. Denk bijvoorbeeld aan een drugsgebruiker, die geld nodig heeft om te blijven gebruiken. Ook dan blijft de drijfveer: barmhartigheid betrachten door te zoeken naar andere manieren van hulp.
  • De diaconie verstrekt in principe een gift, tenzij er goede redenen zijn om (gedeeltelijk) een lening te verstrekken (bijvoorbeeld omdat iemand daar zelf om vraagt of wanneer het te verwachten is dat de situatie snel weer bijtrekt).
  • Als diaconie ben je niet de enige betrokkene op sociaalmaatschappelijke vlak. Het is belangrijk dat je op de hoogte bent van beschikbare sociale voorzieningen (zie hoofdstuk 5).

Eigen schuld dikke bult?
Wat doe je eigenlijk met mensen die door eigen schuld in de problemen zijn gekomen? Moet je zo iemand wel helpen? De vraag is hier wat we met schuld bedoelen.
Is er sprake van ‘schuld’ als het je ontbreekt aan inzicht om geldzaken goed te beheren? Zoiets is toch een gave van God? En je kunt toch niet spreken van schuld als iemand die gave niet heeft ontvangen? Misschien betreft het iemand die niet goed heeft opgelet of slechte keuzes heeft gemaakt en daardoor in de problemen is geraakt. Ook dat is geen reden om niet te helpen, want daarmee maak je zo’n fout tot een onvergeeflijke actie. Terwijl het evangelie ons juist oproept om te vergeven.
Zelfs als het bij schuld gaat om opzettelijk en zondig gedrag is daarmee nog niet alles gezegd. Wanneer iemand met het zondige gedrag stopt, behoren we te vergeven. En in dat geval vormt dat oude gedrag geen drempel meer om te helpen. Zelfs wanneer iemand doorgaat met zijn zondige en opzettelijke gedrag, moeten we ons blijven inzetten om onschuldige familieleden in nood te helpen.

Schuldhulpverlening
De laatste jaren neemt het aantal mensen met schulden sterk toe. Nu is er bij armoede niet altijd sprake van schulden, maar je snapt dat in een situatie waarin je van weinig moet rondkomen, schulden zo zijn gemaakt. Ook bij ingrijpende gebeurtenissen in het leven, zoals het overlijden van een partner, echtscheiding of werkloosheid is er een verhoogd risico op schulden. Er moet dan een nieuw evenwicht gevonden worden en ook financieel treden er veranderingen op. Uit onderzoek blijkt dat bijna zestig procent van de mensen met een betalingsachterstand te maken heeft gehad met een dergelijk life-event. Met name het ontbreken van overzicht in de nieuwe situatie is een belangrijke veroorzaker van de financiële problemen.
Schulden hebben heel veel impact en je kunt er behoorlijk onder gebukt gaan. Het raakt het hele huishouden en het treft    je geestelijk uithoudingsvermogen. De gevolgen zijn vaak schrijnend, zeker als er kinderen bij betrokken zijn.
Het ministerie van Sociale Zaken presenteerde in 2012 een rapport over de financiële situatie van Nederlandse huishoudens. Eén op de zes huishoudens zou in ernstige financiële problemen zitten en ruim 300.000 mensen maken gebruik van een schuldsaneringstraject.
Ook als diaken kun je te maken krijgen met situaties waarbij de schulden zo hoog zijn, dat iemand niet meer in staat is om hier zonder hulp uit te raken. Schulden worden echt problematisch wanneer:

  • Er sprake is van een betalingsachterstand van een aantal maanden voor de woonlasten, lopende leningen, energie- of waterrekening, ziektekostenverzekering, gemeentelijke en andere belastingen, telefoonrekeningen of het schoolgeld.
  • Er vorderingen in behandeling zijn bij deurwaarders en incassobureaus.
  • Schuldeisers niet bereid zijn een regeling te treffen.

Bij dergelijke problematische schulden is vaak specifieke deskundigheid nodig. Moedig zo iemand aan professionele hulp in te schakelen, begeleid hem of haar daar zo nodig bij. Ook wanneer schuldenproblematiek het gevolg is van verslavingen of gedragsproblemen, of wanneer er afspraken gemaakt moeten worden met schuldeisers, is professionele hulp aan te bevelen.
Je kunt hiervoor terecht bij de reguliere schuldhulpverlening van de gemeente of bij een particuliere schuldhulpverleningsorganisatie.

Tip: christelijke schuldhulpverlenende instanties
Er zijn verschillende instanties die werken vanuit christelijke grondslag: Budgetteer (www.budgetteer.nl), Modus Vivendi (www.modusvivendi.nl), en SVF Nederland (www.svf.nl). Wellicht zit er in jouw gemeente ook wel een deskundig gemeentelid dat hierbij kan helpen.
Je kunt ook terecht bij het loket van je gemeente, zie www.gemeenteloket.minszw.nl.

Wat kun je als diaconie doen?
Het inschakelen van professionele hulp betekent niet dat je vanuit de diaconie niets kunt doen. In het voortraject kun je helpen met het stabiliseren van de situatie en het inzichtelijk maken van de schulden en schuldeisers. Ga aan de slag met die tas vol ongeopende rekeningen om zo orde te brengen in de chaos. Hoe concreter het beeld van de situatie, hoe beter je kunt bepalen welke hulp nodig is. Maak het volgende inzichtelijk:

  • Hoeveel schulden zijn er?
  • Bij welke organisaties en instanties?
  • Hoe groot zijn de schulden?
  • Hoe oud zijn de schulden?
  • Welke boetes zijn al opgelegd?
  • Zijn er aankondigingen van deurwaarders?

Zo kun je de vaak lange wachttijden voor reguliere schuldhulpverlening nuttig gebruiken. Daarnaast kun je mensen helpen om wegen te vinden naar instanties van schuldhulpverlening. Je kunt mensen begeleiden naar het loket van de gemeente.

Schuldhulpmaatje
Wanneer iemand in de schuldsaneringstraject beland, is het belangrijk om naast zo iemand te blijven staan. Dit soort trajecten duren lang en zijn pittig! De professionele organisaties hebben geen tijd om mensen aan te moedigen, ze te ondersteunen, de  verhalen aan te horen. Jij als diaken zelf kunt regelmatig vragen hoe het gaat en langs gaan of ergens afspreken, maar dat kan een gemeentelid ook prima doen. Kijk voor meer informatie eens op www.schuldhulpmaatje.nl.

Verwerking

  • Herken jij de signalen van armoede in je gemeente? Welke personen en gezinnen zijn kwetsbaar (zie ‘Risicogroepen’)?
  • Weten de mensen die financiële steun nodig hebben dat ze bij jullie aan kunnen kloppen? Waaruit blijkt dat? Wat kan beter?
  • Hoeveel zicht is er op armoede of schuldenproblematiek onder randkerkelijken? Wat zouden jullie voor deze groep kunnen betekenen?
  • Hoe is het met de wijk waarin jullie kerk staat: is daar armoede? Komt die ter sprake in de contacten die jullie met deze mensen hebben? Bieden jullie ook deze mensen financiële steun?

Handige sites

  • http://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2016/de_omvang_van_ armoede/

Hier vind je meer cijfers en feiten over armoede in Nederland.

  • www.schuldhulpverlening.org

Veel info over rood staan, schuldeisers, loonbeslaglegging etc.

  • www.gemeenteloket.minszw.nl

Info over de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening

  • www.schuldhulpmaatje.nl

Vrijwilligersorganisatie ter ondersteuning van mensen die in een schuldsaneringstraject zitten.

  • Op www.diaconaalsteunpunt.nl kun je gratis de folder ‘Armoede in Nederland 2016’ bestellen. Hierin vind je, naast de resultaten van een breed landelijk onderzoek naar de hulpverlening door diaconieën in Nederland, tips voor diaconieën op het vlak van armoedebestrijding.

Dit hoofdstuk is afkomstig uit het Handboek voor Diakenen van Hayo Wijma.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.