Leren in de Kerk > Investeren in Relaties

Investeren in Relaties

Is je jeugdclub een activiteit waar jongeren komen of organiseer je voor de jongeren een activiteit? Kortom: Werk je activiteitgericht of relatiegericht? Er zijn kerken die bewust zeggen: we zoeken geen clubleiders, maar jeugdleiders. We zoeken geen leiders die een activiteit draaiende houden, maar leiders die met een groep op weg willen gaan. Dat je belangrijkste instrument daarvoor de club is, oké… maar het gaat erom dat je gericht bent op de jongeren. Stiekem weet je wel dat je ‘eigenlijk’ relatiegericht moet zijn, maar hoe werkt dat in de praktijk? En hoe doe je het werkelijk? Dat gaan we in dit hoofdstuk onderzoeken.

Geloof van relaties
We beginnen hierover omdat het christelijk geloof een geloof van relaties is. God ging op zoek naar de mens. Het begint al met de vraag: ‘Adam… waar ben je?’ Vanaf dat moment is het God die elke keer het initiatief neemt. Met als hoogtepunt Jezus die mens wordt en zijn woonplaats in de hemel verlaat om te gaan wonen op onze planeet. Check Filippenzen 2 vers 5 tot 8 hierover.
Jezus verlaat zijn comfortabele plek in de hemel, wordt mens om mensen weer met God in contact te brengen. Denk hierbij aan de ontmoeting met de vrouw bij de waterput, waarbij Jezus zo fijngevoelig is. Of de tijd die Jezus stopt in twaalf volgelingen, waarvan drie in het bijzonder. Elke keer die relatie. We spreken hier bewust over relatiegericht, hoewel ook wel eens ‘mensgericht’ tegenover taakgericht wordt gesteld. Maar we denken dat mensgericht net wat minder diep gaat. Een relatie gaat namelijk ook om jou, niet alleen om de ander. Jij kunt niet buiten schot blijven, maar het draait om het onderlinge contact. In de relatie die God zocht met mensen, kwam ook zijn hele wezen mee.

Gat in je hart
Een relatie is de weg naar het hart van de jongere. Mensen zijn relationele wezens. Je kent de verhalen wel over wat gebrek aan liefde teweeg kan brengen. De extreme voorbeelden laten zien dat mensen dood kunnen gaan door het ontbreken van liefde. Een baby die niet wordt aangeraakt, gaat gewoon dood. Die behoefte wordt vaak omschreven als een gat in je hart. Iedereen heeft dat gat. Een gat dat alleen gevuld kan worden met echte liefde. In een onpersoonlijke samenleving kan het jeugdwerk zich onderscheiden door persoonlijk te worden. Je hebt pas recht van spreken in het leven van jongeren als ze gezien hebben dat je echt om hen geeft.
Let op! Dit is niet bedoeld als truc, één van de methodieken om jongeren bij de kerk te houden. Mensen die activiteitgericht zijn ervaren dit vaak wel zo. Relatiegericht zijn is de basis voor gezond en krachtig jeugdwerk. Activiteitgericht jeugdwerk kan zo makkelijk voorbij gaan aan de echte behoefte in het leven van jongeren. Wil je dat jouw jeugdwerk echt impact heeft, dan moet je kiezen voor de relatie. Dat betekent niet dat we activiteiten moeten skippen, maar wel dat we op een nieuwe manier naar onze activi teiten kijken. Om ze vervolgens wellicht anders aan te pakken. Maar hoe doe je dat dan, werken vanuit de relatie? Daarover de volgende paragraaf.

‘Eén van mijn eerste activiteiten met jongeren was catechisatie geven aan een groep van negen meiden. Het was de eerste groep van vier die avond, maar ook de groep die het in zich had om alle energie uit je te zuigen. We hadden drie kwartier, eigenlijk veel te kort om alle vragen van het boekje te beantwoorden. Zeker als ze de slappe lach kregen. Dan kon je het helemaal wel schudden.
Op een gegeven moment ontdekte ik dat deze meiden al acht uur op school hadden gezeten en zonder naar huis te kunnen bij mij in de groep kwamen. Eigenlijk hadden ze gewoon even ruimte nodig om hun verhaal te doen. Met een bak thee en tien minuten kletsen aan het begin, werd de tijd die ik overhield veel effectiever. We konden zelfs de diepte in!’

Iedereen in het oog 
‘Was Tim er eigenlijk vanavond?’ ‘Geen idee…’ ‘Joost was er. Die is niet te missen natuurlijk… maar weet je dat ik het eigenlijk niet zeker weet… volgens mij was Tim er wel!’ Er zijn altijd jongeren binnen de groep die iedereen wel in het oog heeft. Iedereen kletst met Joost, omdat hij duidelijk aanwezig is en de aandacht vraagt als hij die niet krijgt. Maar hoe zit het met Tim, de jongen die stil is, zijn vaste plekje in het hoekje op de bank heeft, daar een blaadje leest en verlegen is als je wat aan hem vraagt?
De enige manier waarop iedereen in beeld is binnen het jeugdwerk, is door je activiteit relatiegericht te benaderen. Daar zijn verschillende vormen voor te bedenken. Er zijn kerken die één leider op vijf à zeven jongeren zoeken. Dat doen ze, omdat je als leider alleen zo een betekenisvolle relatie kunt aangaan. Er zijn groepen die alle jongeren onder de leiders verdelen, zodat ze op een doorsnee clubavond allemaal vijf jongeren hebben om in het oog te houden. Zo zie je niemand over het hoofd.
Ook helpt het als je de juiste momenten weet te benutten voor de relatie. Denk daarbij aan het moment van binnenkomst. Klets je dan als leiders bij en leg je de laatste kopieën goed, of gebruik je die tien minuten om contact te maken met je jongeren? Bespreek je altijd alles in de grote groep, of ga je ook wel eens in kleine groepjes? Laat je de informele leiders de groepssfeer bepalen, of durf je ook in te grijpen als de groep ‘onveilig’ wordt? Ooit aan gedacht om eens samen met een tiener af te wassen? Kortom, er zijn legio mogelijkheden, probeer eens te kijken waar voor jou de kansen liggen.
‘Wij vragen altijd één tiener om mee te helpen met de afwas. Die doet dat samen met één van de leiders. Daar hebben we eigenlijk de beste gesprekken. Boven die dampende bak met sop hebben we vaak een ontmoeting van hart tot hart.’
‘Omdat we na de kerkdienst club hebben, gaat één van de leiders altijd onder de collecte al de kerk uit, naar de jeugdruimte. Er is daar dan net kindernevendienst in geweest en we willen de boel een beetje ombouwen voor onze jeugdclub. Als als de tieners dan na
de dienst binnenkomen, struikelen ze niet over de lijmpotjes, maar staat het bakkie thee al klaar!’
‘Wij hebben een regiogemeente. Een paar tieners wonen bij mij in de buurt. Nu heb ik de ouders voorgesteld om hen na de club thuis te brengen. In de auto hebben we eigenlijk altijd de beste gesprekken.’

Echte vriendschappen
Jeugdwerk is bij uitstek de plaats waar aan echte vriendschappen gebouwd kan worden. Samen leuke dingen doen is daarom belangrijk, evenals dat er veel ruimte moet zijn voor ontmoeting. Pas als je ontspannen bent, kunnen er echte vriendschappen ontstaan. Elkaar leren kennen om samen te groeien en te ontdekken! Net zoals een zaadje water, licht en mest nodig heeft om te ontkiemen en te groeien, heeft het jeugdwerk ontspanning nodig om echte vriendschappen te bouwen. De jeugdclub mag dus gewoon leuk zijn. Zorg dat je plezier met elkaar hebt. Dat er gekke dingen gebeuren, dat jongeren er zich op hun gemak voelen.
Er ontstaan dan vriendschappen op twee niveaus. Allereerst vriendschappen tussen jongeren onder elkaar. De tweede vriendschap die zo ontstaat is die tussen een jongere en de jeugdleider. Als het om geloven gaat voelen jongeren zich vaak alleen staan. Vriendschappen binnen de kerk motiveren dan om naar de kerk te blijven gaan, samen over het geloof na te denken en daar concrete stappen in te nemen.
Een vriendschap met een volwassene heeft bovendien het voordeel dat de jongeren hun vragen ergens kwijt kunnen. Als ze daarbij zien hoe het geloof werkt in het leven van hun leiders, zal dat zeker impact hebben. Als er zo relaties ontstaan kun je ook echt de diepte in. Je deelt je leven met elkaar. Paulus brengt dat ook onder woorden als hij zegt: ‘Zo waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden’ (1 Tessalonicenzen 2:8). Je kunt dan praten over de vragen die jongeren echt bezig houden. Denk aan identiteit, eigenwaarde, intimiteit, muziek, verkering, (verborgen) seksualiteit, geloven, beroepskeuze en dergelijke.
In het praten met jongeren over bovenstaande vragen ontstaat de mogelijkheid het met elkaar te hebben over een vriendschap op een derde niveau. De vriendschap die je kunt hebben met Jezus. Daarmee kom je terug bij de kern van het jeugdwerk: jongeren uitdagen om op weg te gaan met Jezus. Of, wat algemener verwoord: jongeren helpen een antwoord te vinden op de geloofsvraag, dat gat in hun hart te vullen. Zo kun je samen ontdekken wat het betekent om leerling van Jezus te zijn in het leven van alledag.
‘We zijn nu een jaar met deze groep op weg. De contacten zijn eigenlijk altijd wel goed geweest. We merken dat we pas nu we bijna op het eind van het seizoen gekomen zijn echt de diepte in kunnen met deze groep. Ik ben blij dat we ze volgend jaar weer krijgen!’

Multivlaai
Je kunt bij verschillende vlaaienwinkels een vlaai kopen met twaalf verschillende punten. Speciaal voor mensen die niet kunnen kiezen. Elk van die punten is gescheiden van de andere punt
door een plastic folie. Zo ziet het leven van veel jongeren er ook uit. Ze begeven zich op veel verschillende sociale terreinen. Denk daarbij aan school, het uitgaansleven, de voetbalclub, de catechisatie, de jeugdclub, de vogelkijkclub, de muziekvereniging, het gezin en vul maar aan. Allemaal terreinen waar ze verschillende mensen tegenkomen. Het gevaar is dat we als kerk één van de punten worden door vooral activiteitgericht bezig te zijn. Zo wordt het geloof ook een van de punten terwijl we zeggen dat het geloof over heel je leven iets te zeggen heeft. Of misschien nog sprekender: dat geloof de doos kan zijn waar de taart in zit! Door te kiezen voor relatiegericht werken, ontdek je dat jouw jeugdwerk meer impact zal hebben in het leven van jongeren, dat je er zelf meer bij betrokken raakt en dat je voldoening als jeugdleider groeit.

Verwerking
• denk eens na over jeugdleiders die een positieve impact op jou hadden en waarom. Gebruik de vragen in bijlage 5 om daarover de diepte in te gaan.
• Gebruik bijlage 6 om dit hoofdstuk verder te verdiepen. op dat werkblad staan vier concentrische cirkels met in het midden jouw jongere. die cirkels staan symbool voor hoe dichtbij je bij jongeren bent. de binnenste cirkel is dichtbij in een intieme vorm van relatie. de buitenste cirkel staat voor veraf en geen vorm van relatie met de jongere. doe de opdracht.
• Schrijf je eigen plan! In hoofdstuk 20 vind je een format dat je helpt je eigen plan te schrijven.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Jeugdleiders door André Maliepaard, Henrike de Gier en Corien Rietberg.

Laat een reactie achter