Leren in de Kerk > Je basishouding als coach

Je basishouding als coach

In het jeugdwerk zijn drie nieuwe clubleiders aangetrokken. De jeugdouderling belt ze aan het begin van het seizoen op en wenst hen veel plezier toe. Hij maakt meteen een afspraak voor november om te praten over hun eerste ervaringen en te kijken of hij misschien nog iets voor hen kan betekenen.
Peter, een van de drie, kijkt op van dit telefoontje. In zijn vorige gemeente was het gewoonte dat nieuwelingen vanaf het begin gewoon meedraaiden; ze moesten het maar afkijken van hun medeclubleiders. En als beginneling viel je de leiding niet teveel lastig, want ze hadden het al druk genoeg. De aandacht die hij nu krijgt, voelt weldadig aan.
De ontmoeting in november is heel plezierig. Iedereen vertelt hoe het gaat. Alles komt boven tafel: de dingen die ze lastig vinden maar ook het plezier dat ze eraan beleven, en wat hen goed afgaat.

Vrijwilligerswerk in de kerk mag geen eenzaam avontuur zijn. In hoofdstuk 2 staat dat het belangrijk is dat mensen elkaar stimuleren en aansporen, zoals de jeugdouderling hierboven: hij organiseert niet alleen een vergadering, maar heeft echt aandacht en belangstelling. Dat werkt erg stimulerend.

Voorbeelden uit de Bijbel
Acht jaar lang wijdt Elia Elisa in in het vak van profeet (1 Koningen 19:21). Elia begeleidt hem en daagt hem regelmatig uit initiatieven te nemen, uit zijn comfortzone te komen en het werk op te pakken. Na vier testen (die hij moedig doorstaat) verlaat Elia hem en gaat hij zelfstandig verder als profeet (2 Koningen 2:1-11). Peter kijkt er van op dat er iemand in de gemeente als mentor functioneert. Nu zal het voor zijn jeugdouderling niet nodig zijn dit acht jaar vol te houden, zoals Elia, maar toch… Voor een beginneling is een mentor op wie je de eerste jaren terug kan vallen en die aandacht voor je heeft, echt geen overbodige luxe. Waarom niet standaard uitgaan van een coachingstraject waarin beginnelingen worden begeleid en ondersteund in het ontdekken, gebruiken en ontwikkelen van hun talent? Een goed begin is het halve werk. Hierdoor houden vrijwilligers het gemakkelijker vol en voelen ze zich gewaardeerd. Het is dan wel essentieel dat het geven van aandacht en begeleiding wordt volgehouden.
Paulus maakt een hele ommezwaai: van moordenaar van christenen wordt hij zelf christen. Met zo’n slechte reputatie valt het hem niet gemakkelijk om zich in de gemeente van Jeruzalem geaccepteerd te voelen en actief te zijn. Gelukkig is Barnabas er, een mensen-mens die vertrouwen heeft in Paulus’ roeping en inzetbaarheid en die dit goed over kan brengen (Handelingen 9:26,27).
Vertrouwen geven is een must wanneer mensen hun gaven en talenten inzetten. Het is fijn wanneer je weet dat men in je ge looft, dit laat merken en ook anderen van je talenten overtuigen. Dit is precies de taak van de coach, zijn basishouding: geloven in iemands talent, dit laten merken en ook anderen ervan overtuigen. Dat betekent niet dat je geen eisen mag stellen aan mensen die werken in de gemeente. Elia maakte het Elisa ten slotte ook niet gemakkelijk: hij daagde hem meermalen uit. Het betekent wel dat je basishouding bevestigend en motiverend is.

Mozes voelt zich verantwoordelijk leiding te geven aan een club van 600.000 mensen. Het valt hem zwaar, de hele dag gezeur aan zijn hoofd van mensen die zijn raad vragen. Zijn schoonvader ziet hoezeer hij zich door hen in beslag laat nemen en vraagt: ‘Waarom moet jij steeds voor iedereen klaarstaan? Waarom houd jij als enige zitting, terwijl de mensen zich van ’s ochtends tot ’s avonds om je verdringen?’ (Exodus 18:14). Deze vragen voorkomen bij Mozes een stevige burn-out.

Sommige mensen laten alles ineens uit hun handen vallen wanneer het werk hun teveel wordt. Mensen zoals Jetro zijn in de gemeente nodig om teleurstelling en vroegtijdige uitval te voorkomen. Mensen die precies de goede vragen stellen op het juiste moment. Want naast stimuleren en bemoedigen moet een coach soms ook beschermen en zorg bieden. Mensen die het te kwaad krijgen in hun functioneren, behoren er niet alleen voor te staan.

Verwerking
– Haal uit bovenstaande tekst een aantal eigenschappen dat belangrijk is voor een coach van vrijwilligers in de gemeente.
– Maak van deze eigenschappen een prioriteitenlijstje waarbij de voor jou belangrijkste eigenschap op nummer 1 staat.

Wat is coaching?
Een mentor of adviseur is iemand om van te leren, een coach is iemand om mee te leren. Coaching is de ander helpen zijn gaven te ontwikkelen door intensief naar hem te luisteren en te reflecteren op wat hij zegt. Vervolgens is het ook zinvol verdiepende en concretiserende vragen te stellen die tot nadenken zetten.
De laatste jaren is er op het gebied van coaching een verschuiving opgetreden van ‘het optimaliseren van iets dat nog niet goed gaat’ naar het ‘ontwikkelen van aanwezige talenten’. Dit laatste wordt ‘ontwikkelingsgericht coachen’ genoemd. Alles wat het ontplooien van die aanwezige talenten in de weg staat, alle belemmeringen, kunnen onderwerp zijn van coaching. Er worden bij deze coaching verschillende methoden gebruikt, in dit boek wordt vooral gebruik gemaakt van de methodes van Fred Korthagen en Rudy Vandamme.
Het probleem van veel methodes is dat ze uitgaan van een veel te positief mensbeeld. In hoofdstuk 2 werden hier al vraagtekens bij gezet. Al ons kennen is nu nog beperkt en we leven in een wereld waar nog gebrokenheid heerst. Toch bieden deze methoden voldoende aanknopingspunten om vrijwilligers in de gemeente te coachen. En positieve aandacht geven aan menselijke talenten is iets heel bijbels, hebben we eerder gezien.

Coachen in de gemeente is anders
Coachen van professionals is heel anders dan het coachen van vrijwilligers in een gemeente. De werkvloer is een heel andere setting dan de kerk, en een professionele relatie is heel anders dan die met broeders en zusters. In de gemeente zet men zich in vanuit het verlangen Christus te dienen. Iedereen is daar welkom en is bruikbaar; je bent er als coach voor iedereen. Je bent gericht op het benutten van mogelijkheden van gemeenteleden, dat is heel iets anders dan eisen stellen, competenties vragen die gelden voor een professioneel beroep. In de gemeente geldt dat mensen tot dienst aan God en de ander geroepen zijn de hun

geschonken gaven in te zetten. Vrijwilligerswerk is overigens niet vrijblijvend; je mag de ander op zijn verantwoordelijkheid aanspreken. Ook wanneer je iemand coacht, zul je afspraken moeten maken waaraan jullie beiden zich moeten houden. En: laat je in alles leiden door de heilige Geest, maar gebruik ook je verstand (1 Korintiërs 14:20).

Kun je aandacht wel organiseren?

Tijdens de kerkenraadsvergadering komt het punt ‘begeleiden van vrijwilligers’ aan de orde. De jeugdouderling vindt dat de kerkenraad hier meer aandacht aan zou moeten besteden. Er klinkt gezucht. Er is al zoveel te doen, de meesten hebben ook nog een gezin en een baan! Het kerkenraadswerk kunnen ze er nog maar net bij hebben. Dit voorstel is teveel van het goede en haalt het niet, tot frustratie van de jeugdouderling.

Dit hoofdstuk begint met een voorbeeld dat laat zien hoe stimulerend échte aandacht is. In de meeste gevallen gaat het meer over de kwaliteit van deze aandacht, dan de hoeveel tijd die ze kost. Een telefoontje is zo gepleegd. Een kort gesprekje met de vraag hoe het gaat op de club, dat is geen grote tijdsinvestering. In de drukte en de hectiek binnen de gemeente (iedereen heeft het druk!), gaat het op dit gebied nogal eens mis. Het excuus om geen aandacht te geven aan de ander luidt meestal dat je het zelf ook druk hebt. Allemaal drukke mensen die geen aandacht hebben, elk op hun eigen eilandje. Meer aandacht voor elkaar kan de ervaren werkdruk wel eens doen verminderen.
Belangrijk is het hier structureel aan te werken. Aandacht organiseren lijkt tegengesteld aan het spontane karakter hiervan, maar op alle fronten blijkt dat het nodig is. Aandacht is de belangrijkste grondstof van coaching, maar je moet het ook van plan zijn, anders komt het in de vergeethoek. Het werk komt op steeds minder schouders terecht en het belangrijkste schiet er dan nog wel eens bij in, namelijk betrokkenheid op God en op elkaar.

Verwerking
– Hoe besteden leidinggevenden aandacht aan vrijwilligers in jouw gemeente? Is daar beleid op gemaakt of gebeurt het spontaan?
– Wat herken je van bovenstaande casussen? Hoe zou je dit soort kwesties in jouw gemeente het beste kunnen aanpakken?

Eigenwaarde geven?
We benadrukken tegenwoordig vaak hoe een gebrek aan eigenwaarde tot grote problemen kan leiden: mishandeling, verslaving en criminaliteit. Maar er is ook zoiets als een te veel aan eigenwaarde, dat botst met de bijbelse oproep tot nederigheid, en dat tot veel grotere problemen kan leiden. Wanneer wij ons ego centraal stellen en niet God, worden wij afhankelijk van een goed gevoel en van de erkenning van anderen. Steeds maar weer moet je bewijzen dat je belangrijk bent en moeten anderen dit bevestigen.
Paulus geeft vrijmoedig toe dat hij veel gedaan heeft wat ertoe doet (1 Korintiërs 15:58), maar erkent ook de minste te zijn en de eerste onder de zondaren (Romeinen 7:15, 16). Dat hij dit kan zeggen, bewijst dat God balans in zijn leven heeft gebracht. Zijn identiteit en eigenwaarde berusten niet op wat mensen van hem vinden, maar op wie hij in Christus is en dat geeft vrijheid en maakt hem minder afhankelijkheid van mensen.
Toch is aandacht voor elkaar heel belangrijk in de gemeente, niet het soort waar mensen verslaafd aan raken, maar het soort dat gegrond is in de liefde van Christus. Geef mensen de aan dacht die nodig is om de druk zichzelf steeds weer te moeten bewijzen, er af te halen.

Aandacht schenken aan deugden
In Filippenzen 4 zegt Paulus: ‘Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.’ Hij somt hier menselijke deugden op die horen bij de mens die naar Gods beeld geschapen is. Die kunnen aan het licht komen ondanks alle schaduwen die er ook zijn. Paulus wijst er overigens vlak hiervoor op dat wie gelooft in Christus, iets gaat beseffen van Gods onbevattelijke vrede.

Wat echte aandacht is
Echt aandacht hebben, betekent:
– Beschikbaar zijn. Betrokken aandacht bieden, vergt inspanning en gaat niet vanzelf. We hebben snel de neiging om weg te dwalen met onze gedachten wanneer we naar iemand luisteren. Echte aandacht betekent: gericht zijn op de ander, present zijn vanuit de houding: wie kan ik voor jou zijn? Stimuleert de mensen hun verhaal te vertellen en bij jou op verhaal te komen. De ander weet dat je hem of haar ziet zitten en dat hij of zij de ruimte krijgt om iemand te zijn.
– De ander erkennen. Erken, accepteer de ander als persoon, als gelovige. Probeer hem te zien als door de ogen van Christus. Wanneer je zo aandacht geeft aan mensen, voelen mensen zich echt gezien, en dat is een heilzame ervaring. Je hoort er dan volledig bij en dat is essentieel voor elk gemeentelid.
– Ruimte scheppen. Aandacht moet bovendien ‘traag’ zijn. Stel uit-
nodigende vragen, die stilzetten in plaats van vastzetten. Stel vragen zonder meteen te oordelen. Verken wat er bij iemand speelt en sta daar samen bij stil. Je kunt zo snel gaan in gesprekken, omdat je snel problemen wilt oplossen, dat de ware motieven die mensen belemmeren hun gaven in te zetten, niet boven tafel komen.
– Je kwetsbaar opstellen. Veel mensen die anderen graag aandacht geven, houden zichzelf nogal eens buiten schot. Kwetsbare aandacht geven betekent dat je zelf ook iets van je beperkingen en pijn laat zien. Dit bevordert een ontmoeting waarin de ander zich vrij voelt zijn kwetsbaarheid te tonen.
– Hoop bieden. Als het goed is grossieren christenen in hoop. Daar knap je van op en het werkt aanstekelijk.

Verwerking
– Hierboven worden vijf aspecten genoemd van echte aandacht. Welk aspect spreekt je aan en welk vind je moeilijk? Wat ga je doen om hier beter in te worden?
– In bijlage 3 staan enkele oefeningen voor kleine groepen. Doe deze oefeningen en bespreek hoe deze bijdragen aan de vijf bovenstaande aspecten van het geven van aandacht.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kerkelijke Coaches door Anne Pals

Laat een reactie achter