Leren in de Kerk > Onderlinge zorg

Onderlinge zorg

De zorg voor elkaar is een bijzonder aspect van samen kring zijn. Te belangrijk om hier onduidelijkheid over te laten bestaan of op zijn beloop te laten. Wat wordt er precies bedoeld met onderlinge zorg? Op wat voor manier kan die vorm krijgen? En welke rol speelt de kringleider daarin? Wat kan een kleine groep wel en niet bieden?

Typen kring en soorten zorg
In hoofdstuk 2 hebben we kringen beschreven vanuit drie invalshoeken: de gemeente als organisatie, als gemeenschap en als beweging. Deze drie invalshoeken leiden tot verschillende soorten kleine groepen. Dat heeft allerlei gevolgen voor de manier waarop onderlinge zorg wel of niet vorm krijgt. We zagen in dat hoofdstuk ook dat er sprake kan zijn van onduidelijkheid en uiteenlopende verwachtingen.

De leden van huiskring 6 ontmoeten elkaar elke twee weken en daarnaast lunchen ze ook één keer per maand samen. Zo’n tweewekelijkse bijeenkomst begint met een kort gebed en daarna een ronde wel en wee. In deze gespreksronde vertellen de kringleden elkaar wat er zich voordoet in hun leven; welke mooie dingen gebeuren en wat er aan tegenslag te dragen is. Tussendoor wordt met en voor elkaar gebeden. Soms duurt zo’n ronde wel de hele avond.
De leden van huiskring 11 eten elke maand samen en dan zijn er meestal zeven van de eenentwintig kringleden aanwezig. Deze kring houdt ook wel eens een thema-avond, maar die worden slecht bezocht. De laatste keer ging het over de verwachtingen van de kring. Het bleek dat deze erg verschillen. Op zich vindt iedereen pastorale betrokkenheid wel belangrijk. Eén lid voelt zich een wat lauwe christen. In haar studententijd was ze veel enthousiaster, maar ze heeft nu niet de tijd om meer te doen. Een ander lid vindt onderlinge zorg belangrijk, maar voor diepe gesprekken zoekt hij zijn eigen mensen wel uit. Hij vindt het verschil in de kring zo groot en denkt dat vertrouwen en veiligheid daarom nooit echt goed van de grond zijn gekomen. Een derde heeft geen tijd om iets voor te bereiden en denkt daarom dat meer diepgang lastig is. Een laatste geluid komt van een kringlid dat graag iets wil betekenen voor de omgeving en denkt dat het daarnaast ook goed is om af en toe een diepgaander thema aan de orde te stellen. Ze komen er niet echt uit samen, dus suddert het maar door.
Ben je onderdeel van een miniwijk, dan kan het zijn dat je een boekje bestudeert of gedeelten uit de Bijbel. Het is namelijk goed om met elkaar in gesprek te zijn en met en van elkaar te leren. Verder is er een ‘lief-en-leed-potje’. De miniwijkcoördinator beheert het geld en koopt er af en toe een cadeautje voor iemand van. Handig, want dan hoef je er niet allemaal aan te denken. Veel aandacht voor onderlinge zorg is er meestal niet.
Heeft de kring meer het karakter van een zorggroep, dan zijn de kringleden vooral gericht op de onderlinge contacten die zij hebben. Soms overstijgt de aandacht voor deze relaties niet het niveau van een jaarlijkse barbecue, maar vaak is het zo dat de kringleden persoonlijk met elkaar omgaan en dat ze voor elkaar willen zorgen. Bij lief, maar zeker ook bij leed. Daarbij zijn de kringleden gericht op hun relatie met God. Ze leren elkaar om meer op hem te vertrouwen en met hem hun weg te gaan.
Als de kring meer lijkt op de celgroep of groeigroep, dan zijn leden eerder gericht op dynamiek, op het doen van goede dingen voor mensen die dat nodig hebben. Dat kan diaconaal zijn of missionair, via een stichting of via eigen kanalen. Men wil zo in daden laten zien hoe goed het is om bij God te horen.
Natuurlijk zijn dit uitersten en komen er allerlei tussenvormen voor.

Zorg in én door de gemeenschap
Steeds meer kerken kiezen ervoor de onderlinge zorg bij de kleine groepen neer te leggen en voor het begeleiden daarvan onder andere kringleiders toe te rusten. Dit gebeurt niet voor niets. Een negatieve aanleiding kan het gebrek aan oudsten of ouderlingen zijn. Een positieve aanleiding is de ontdekking dat onderlinge zorg wezenlijk hoort bij de gemeenschap van gelovigen zelf en niet in zijn geheel uitbesteed moet worden aan ambtsdragers,
professionals of speciaal daarvoor aangestelde personen. Zorg binnen de kring of gemeente heeft de volgende functies:
• Helen: warmte, nabijheid, openheid, kwetsbaarheid, ontmoeting.
Iemand heeft net te horen gekregen ernstig ziek te zijn. Een schokkend bericht waardoor het leven op de kop staat. De boodschap valt niet te ontkennen, maar ‘helen’ kan helpen een nieuwe balans te vinden – ook voor de relatie met God;
• Bijstaan: troost, bemoediging bij verlies, verdriet en pijn
Een andere situatie: een lid van jouw kring is al jarenlang ziek.
Herstel of verbetering is niet te verwachten. Ooit kon hij van alles, nu niet meer. Dat is hij erg verdrietig om, maar ook dat het nu al zo lang duurt. Bijstaan, even een schouder bieden waar de ander op mag leunen.
• Begeleiden: richting geven, steunen, helpen bij keuzes maken, bij groei in geestelijk opzicht:
Een lid van je kring is haar baan verloren. Ze kan ander werk kringen, maar moet dan verhuizen. Wat moet ze nu doen, voor haar en haar gezin? Begeleiden ondersteunt haar dan in het maken van een keuze, als spiegel of klankbord. Vanuit deze functie help je de ander antwoorden te zoeken.
• Verzoenen: mensen helpen weer tot zichzelf, tot anderen en tot God te komen, elkaar opnieuw te aanvaarden:
Soms kan iemand niet met zichzelf leven. Of hij leeft in on enigheid met anderen of met God. Verzoenen helpt hem, nadat de pijn en het verdriet onder ogen is gezien, in een gebaar, een stap of een ritueel te werken aan verzoening.
Bijbels onderwijs laat zien dat de meeste van deze functies van gemeenteleden verwacht mogen worden. Surf maar eens naar www.biblija.net, voer bij ‘woorden zoeken’ het zoekwoord ‘elkaar’ in en bekijk alle passages uit het Nieuwe Testament en vooral in de brieven van de apostelen.
Deze onderlinge zorg in én door de gemeenschap biedt kansen om meer mensen in te schakelen, meer betrokken te laten zijn op elkaar, de draaglast te verdelen en meer recht te doen aan het bijbelse beeld van een christelijke gemeenschap en het ambt van álle gelovigen. Tegelijk sluit dit de inzet van en begeleiding door professionals of speciaal daarvoor aangestelde personen niet uit. Onderlinge zorg gaat niet vanzelf en vraagt om goede begeleiding. Ook zal er blijvend behoefte zijn aan specialistische kennis en inzet voor bepaalde doelgroepen of problematieken.

Bovenstaande afbeelding geeft weer op wat voor manier de aandacht voor zorg er in een kerk uit kan zien. Hoe hoger in de piramide, hoe meer kennis en vaardigheden zijn vereist. Hoe lager in de piramide, hoe meer toegankelijk en uitvoerbaar voor iedereen. Gemeenteleden bieden basis pastorale zorg, individueel of in kringen. Daartoe worden ze gestimuleerd en ondersteund door kringleden met meer ervaring of door kringleiders. Zij kunnen op hun beurt weer terugvallen op oudsten of voorgangers. Sommige gemeenten hebben kerkelijk werkers als pastoraal werker in dienst. Dan, in de ‘top’ van de driehoek, hebben we ‘specifiek pastoraat in complexe situaties’ gezet. Soms wordt dit ook wel ‘psycho-pastorale hulp’ genoemd, maar je kunt ook denken aan vormen van bevrijdingspastoraat. Misschien niet allemaal voorhanden in jouw gemeente, dan zeker wel in je omgeving. Wat we in elk geval willen laten zien is dat de basiszorg bij het grondvlak van de gemeenschap ligt, individueel of in kleine groepen. En aan jou als kringleider de taak deze onderlinge zorg tijdens, maar ook buiten de kringbijeenkomsten om, te stimuleren.

Praktische opdracht
Ga aan de hand van bovenstaande afbeelding eens na hoe de pastorale zorg op jullie kring en in de gemeente functioneert. Ben je daar tevreden mee? Zo nee, wat zou je willen veranderen? Deel dit eens met je coach of andere kringleiders.

“Alle christenen die God aanbidden, de Bijbel bestuderen, zich toeleggen op het discipelschap en de gemeenschap der heiligen, kunnen worden ingezet in de dienst der bemoediging (…) Veel problemen die op den duur ernstige vormen aannemen, zoals echtscheiding, ontrouw in het huwelijk, compromissen met de wereld, kunnen soms in een vroeg stadium worden verholpen door de betrokkenen te bemoedigen. Mensen die nu te kampen hebben met conflicten zouden nooit zover zijn gekomen, wanneer ze in het verleden op een zinvolle wijze waren bemoedigd. Dat zou heel wat pastorale gesprekken overbodig hebben gemaakt.”
(Larry Crabb, Bemoedigen doet goed)

Elk aanbod bepaalt zijn eigen vraag
In de economie geldt over het algemeen dat de klant met zijn vraag of wens centraal staat. Om onderlinge zorg te stimuleren kun je ook aanbodgericht te werk gaan. De apostel Paulus schrijft in 1 Korintiërs 12:4-7 het volgende:

“Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.”

Paulus spreekt hier over verschillende gaven. Die zijn aanwezig in iedereen. Dat betekent dat in elk gemeentelid en in elk lid van je kring Gods Geest zichtbaar aan het werk is voor de opbouw van de gemeente. Je zou dus al die gaven, het aanbod, op een rij kunnen zetten en je met elkaar kunnen afvragen voor wie ze ingezet zouden kunnen worden; zo bepaal je samen de vraagkant.
Nu kun je een groots en meeslepend visioen van ‘De Gavenbank’ krijgen. Om een ‘Gavenbank’ te krijgen, inventariseert iemand in je gemeente van alle gemeenteleden de gaven die zij hebben. Die worden ingevoerd in een computerprogramma en ‘met één druk op de knop’ weet je wie je moet hebben… Daar zou deze oefening uiteindelijk toe kunnen leiden, maar dat is nu niet de bedoeling. Hier gaat het erom jou te helpen in je kring een proces op gang te brengen dat tot onderlinge zorg kan leiden, om kringleden met elkaar in gesprek te brengen, en om samen aanbod met vraag in verbinding te brengen. Hoe je dat concreet doet?

Je ziet in het vervolg een opsomming van gaven. Leg deze aan je kringleden voor. Vraag hen dan:
• Welke gaven heb jij gekregen?
• Welke gaven zie jij bij andere kringleden?
In bijlage 16 vind je een uitgewerkte vorm voor de bespreking. In hoofdzaak gaat het zo: De kringleden kijken naar zichzelf en naar anderen. Ze benoemen hun gaven en de gaven die ze bij anderen zien. Daarna bespreken ze wie er (binnen de kring) behoefte heeft aan de verschillende gaven. Zo ontstaat er vanuit het beschikbare aanbod een vraag. Stimuleer je kringleden om te laten zien wat
zij ‘in de aanbieding hebben’. En laat ze elkaar vragen: ‘Zou jij dan
voor mij…?’
Benieuwd naar het lijstje gaven? De volgende opsomming komt uit Je bent begaafd van Nynke Dijkstra-Algra:

• Barmhartigheid
• Bemoediging
• Besturen
• Creativiteit
• Dienen
• Evangeliseren/getuigen
• Gastvrijheid
• Gebed
• Geloof
• Geven
• Handvaardigheid
• Helpen
• Herderschap
• Kennis
• Leiderschap
• Muziek
• Omgaan met jeugd
• Onderricht
• Onderscheid van geesten
• Organisatie
• Profetie
• Vakmanschap
• Wijsheid
• Zielszorg (pastoraat)

Het mooie aan deze opsomming is dat dit niet alleen geestelijke gaven zijn, maar ook heel praktische gaven. En dat is niet zonder reden. Er zijn kringleden die geloven dat iedereen gaven heeft, maar zijzelf niet. Ze kunnen fenomenaal behangen, verhuizen, schuttingen bouwen, stoepjes bestraten, kasten in en uit elkaar schroeven – maar dát telt toch niet mee in Gods koninkrijk? Dus wel!
In de categorie ‘elk aanbod zoekt zijn eigen vraag’ is het ook goed om rekening te houden met kringleden die geen kringbijeenkomst (meer) kunnen bezoeken. Wie zijn dat in de omgeving van de kring? Wie onderhoudt contact met hen? Hoe kunnen ook zij gebruik maken van gaven van kringleden?

Elke vraag zoekt een aanbod
Vraaggestuurd werken en klantgericht denken en handelen. Misschien ken je dat vanuit je werk. Soms lijkt het er wel eens op dat kringleden niet zo veel vragen hebben. Ja, over de koers van de gemeente, over de preken van de voorganger, over het soort liederen in de dienst, maar over het eigen leven? In de maatschappij zijn we zo gewend onze broek op te houden en onze eigen zaakjes te regelen dat we bijna niet meer afhankelijk durven zijn. Het kan zomaar gebeuren dat deze individualistische, onafhankelijke instelling ook het samenzijn in de kring kenmerkt. Daarom is het nodig te werken aan een sfeer waarin jij en je kringleden:
• Durven verwoorden wat jullie (levens)vragen nu eigenlijk echt zijn
• Ophouden je eigen zaakjes te regelen, terwijl dat eigenlijk al niet meer zo goed lukt
• Elkaar dat vertellen om dan elkaar steun, meeleven, hulp en gebed te vragen.
Het is waar dat dit soort gesprekken vragen om vertrouwen en veiligheid. Maar hoe ontwikkel je dat zonder ooit te beginnen? Wanneer jij het voorbeeld geeft, kan dat een sfeer van openheid en vertrouwen wekken.
In bijlage 17 bij dit hoofdstuk is een vorm uitgewerkt waarmee je met je kringleden kunt leren je leven samen te delen en hulp, steun, troost en meeleven te vragen en te geven. In hoofdstuk 11 (over samen bidden) en 12 (over samen bijbellezen) vind je hierover nog meer.

Wat als de vraag te groot of het aanbod niet passend is?
Je weet wat je kringleden elkaar kunnen bieden. Intussen weet je ook hoe je elkaar kunt helpen je levensverhaal te delen. En als kringleden dat doen, kan dat leiden tot een vraag aan elkaar. Elke vraag, elke behoefte is op zich goed. Een kring kan alleen niet op elke vraag of behoefte ingaan. Omdat de gave die ervoor nodig is niet in de kring aanwezig is, of omdat een vraag van iemand een competentie vereist die je niet van een kring(lid) kunt verwachten. In sommige situaties kan de zorg de draagkracht van de kring overstijgen.
In dat geval is de infrastructuur van je gemeente belangrijk. Hier heb je al een aantal keer over kunnen lezen. Is er een pastoraal team waar je op terug kunt vallen? Zijn er pastoraal werkers of ‘klaagvrouwen’ – naast oudsten, ouderlingen, predikanten en voorgangers – naar wie je kunt doorverwijzen? Wat is er in jullie gemeente aan steun in crisissituaties? Onderlinge zorg kan alleen door de kringen opgevangen worden, als de infrastructuur van de gemeente, en het vangnet voor extra zorg en onvoorziene situaties, goed geregeld zijn.
Kortom:
• Als kringleider begeleid je het proces van onderlinge zorg in de kring.
• Als kringleider en kringleden kun je een kringlid doorverwijzen naar andere zorg. Dat kan pastorale zorg in jouw gemeente zijn of professionele zorg in jullie omgeving.
• Vertil je als kringleider en kring dus niet aan zorg die je niet aankunt. Wel kan het zijn dat je als kring door gebed, meeleven en praktische zorg er nog steeds voor je kringlid kunt zijn.

Op onze kring heeft een kringlid dat gesprekken voert met een psychotherapeut. Ze krijgt ook begeleiding van het pastorale team, en daarnaast is ze zo mogelijk bij de kringbijeenkomsten aanwezig. Er is ruimte voor haar situatie en kwetsbaarheid. En we staan in gebed om haar heen en bieden zo nodig praktische hulp. Maar ze weet … de kring is een plek waar ik nog steeds word gezien, waar het veilig is en waar ze voor me bidden.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kringleiders door Peter van Genderen, Theodoor Meedendorp en Hayo Wijma

Laat een reactie achter