Leren in de Kerk > Wat wil je bereiken?

Wat wil je bereiken?


Ik wil dat de kinderen een fijne tijd hebben met elkaar.

Ik wil dat de kinderen de bijbelse verhalen leren.
Ik wil dat de kinderen hun hart aan Jezus geven.
Ik ben al blij als het allemaal probleemloos loopt…

Maak snel een keuze: in welke van deze vier uitspraken herken jij je het meest?
In hoofdstuk 1 heb je kunnen lezen hoe belangrijk goed kinderwerk is. Misschien heeft dat hoofdstuk je wel uitgedaagd om (weer) eens goed na te denken over de doelen van je kinderwerk.
Na het verwoorden van de visie komt het moment waarop het kinderwerk daadwerkelijk plaatsvindt. Veel kinderwerkers ervaren het als een uitdaging om de visie die ze ooit op een avond na een prachtige bijbelstudie hebben verwoord, concreet te maken in het kinderwerk zelf. Het kan zomaar gebeuren dat de geformuleerde doelen los zijn komen te staan van de praktijk. Hoe breng je de algemene doelen van het kinderwerk in jouw gemeente (weer) tot leven in de concrete activiteiten?
Het schrijven van duidelijke doelstellingen kan daarbij helpen. Door doelstellingen voor een activiteit te bedenken, vertaal je de algemene visie naar dat ene moment en naar die specifieke kinderen. Naar jouw eigen situatie dus.

Waarom doelstellingen?
Je ziet het voor je: een avond kinderclub. Een van de leiders vertelt een bijbelverhaal. Daarna zijn er grappige vragen en creatieve opdrachten om vanuit de bijbel verder te werken. Er is zelfs nog tijd voor een spelletje. Je ziet aan de kinderen dat ze met plezier komen en het loopt allemaal prima. Wat heeft zo’n avond te maken met het formuleren van doelstellingen?
Het nadenken over doelstellingen maakt het mogelijk om doelgericht te werken. Als je doelgericht wilt werken, moet je vaststellen wat je wilt bereiken met je kinderwerk. Na afloop kun je vervolgens terugkijken om te zien of je ook bereikt hebt wat je graag wilde bereiken.
Als je geen doelstellingen hebt, is de kans groot dat je gewoon het programma afdraait. Misschien loopt het prima, omdat je goed materiaal hebt en omdat jij natuurlijk een geweldige kinderwerker bent… En niet te vergeten omdat al die lieve kinderen zo goed meedoen. Maar het kan ook zomaar gebeuren dat de avond toch
enigszins in de soep loopt, omdat het programma niet helemaal
goed is of omdat je zelf geen energie hebt. En er zijn vast ook weleens kinderen die zitten te klieren. Doelgericht werken helpt je dan om de kern vast te houden en daardoor kun je tegenvallers beter opvangen. Natuurlijk is het geen oplossing voor alles wat er mis kan gaan, maar het kan wel behulpzaam zijn om het kinderwerk goed te organiseren.
Het nadenken over je doelstellingen helpt je om een activiteit bewuster voor te bereiden en mee te maken. Het helpt je ook om de verschillende activiteiten met elkaar te verbinden, zodat het geen losse flodders zijn.
Bedenk nog eens dat beeld van de stad aan de horizon, in hoofdstuk 1 over de visie. Wat is ook alweer de stad waarnaar je op weg bent (je visie)? En op welke manier wil je daar komen (je beleid)? Het formuleren van doelstellingen voor een avond maakt je bewust van de weg die je gaat met de kinderen. Je wordt je bewust van het eindpunt, maar vooral ook van het punt waar je nu staat en van het stukje weg dat je het komende uur graag met ze wilt lopen.

Doelstellingen maken
Doelstellingen formuleren gaat vrij eenvoudig: terwijl je je programma aan het voorbereiden bent. Je kijkt het materiaal door, leest een bijbelgedeelte, bidt voor de kinderen en voor wat je met ze gaat doen. Ergens in dat uur van voorbereiding denk je ook na over wat je wilt bereiken. Misschien staan er al doelstellingen in de methode die je gebruikt. Die lees je dan. Maar vergis je niet: dat is niet hetzelfde als voor jezelf formuleren wat jij graag wilt bereiken met jouw eigen groep kinderen. Als je het voor jezelf benoemt en opschrijft, zijn het niet meer de doelstellingen die het materiaal je aanreikt, maar zijn het jouw doelstellingen, die jij geformuleerd hebt. Je weet nu wat jij graag wilt bereiken.

‘Ik vind het altijd zo’n gedoe, doelstellingen opschrijven. En het maakt me erg nerveus: ik vraag me constant af of ik alles wel volgens de doelstellingen doe.’
‘Ik ervaar het als prettig dat onze methode doelen geeft. Zo krijg ik snel even een idee van wat ze eigenlijk willen bereiken met de les.’

Sommige kinderwerkers hebben er geen enkele moeite mee om snel een aantal doelstellingen voor een activiteit te formuleren. Het kan ook zijn dat je dat lastig vindt. Dan kun je een ezelsbruggetje gebruiken. Ik geef er hier twee, zodat je kunt kiezen welke
het beste bij jou past.

1.
• Hoofd: wat wil ik dat de kinderen leren?
• Hart: wat wil ik dat de kinderen ervaren, of: welke ervaring wil ik aanreiken?
• Handen: wat kunnen de kinderen in praktijk brengen?

2.
• Relatie: wat wil ik dat er tussen de kinderen gebeurt?
• Onderwijs: wat wil ik dat de kinderen leren als het gaat om kennis van het geloof?
• Ervaring: wat wil ik dat de kinderen ontdekken als het gaat om geloofservaring?

Voorbeeld: Pinksteren
Laten we een voorbeeld van een visie uit hoofdstuk 1 nemen en die uitwerken naar concrete doelstellingen. De visie luidt:
‘We willen dat de tijd die de kinderen in ons kinderwerk meemaken voor hen de beste tijd van de week is! Hierbij staat Jezus Christus centraal, tot eer van God de Vader, in de kracht van de heilige Geest.’
Jij bent leider van de kindernevendienst (4 tot 8 jaar) en moet een zondagochtend voorbereiden. Het gaat om Pinksteren, het feest van de uitstorting van de Geest, uit Handelingen 2. Met de visie van jullie gemeente in je achterhoofd neem je het materiaal door. Daarin zijn al een aantal doelstellingen opgenomen. Toch is het goed om ook jezelf de vraag te stellen, los van alle papieren: wat wil ik graag bereiken?

• Hoofd: ik wil dat de kinderen leren dat de leerlingen van Jezus de Geest hebben ontvangen om iedereen over Jezus te kunnen vertellen (visie: Jezus Christus centraal)
• Hart: ik wil dat de kinderen onder de indruk raken van de kracht van de Geest om mensen te gebruiken (visie: kracht van de Geest)
• Handen: ik wil dat de kinderen leren bidden om de Geest om henzelf en andere gelovigen te helpen over Jezus te vertellen (visie: Jezus Christus centraal, en: in de kracht van de Geest)
• Relatie: ik wil dat de kinderen ruimte hebben om zelf iets te
vertellen over wat hen bezighoudt (visie: beste tijd van de week)
• Onderwijs: ik wil dat de kinderen leren dat de leerlingen van Jezus de Geest hebben ontvangen om iedereen over Jezus te kunnen vertellen (visie: Jezus Christus centraal)
• Ervaring: ik wil met de kinderen in gebed gaan om ze te leren zelf te bidden om de kracht van de Geest als ze over Jezus gaan vertellen (visie: Jezus Christus centraal, en: in de kracht van de Geest)

‘Het nadenken over doelstellingen houdt mijzelf bij de les. Gek genoeg word ik er niet nerveus van, maar houdt het me relaxed. Als ik voor mezelf drie dingen formuleer die ik graag wil bereiken, ga ik met meer focus aan het werk. Bovendien bid ik ook gemakkelijker als ik doelstellingen schrijf. Ik merk dat het belangrijkste eigenlijk door God gedaan moet worden en daar bid ik dan voor.’

Doelstellingen houden
Werken met doelstellingen is niet bedoeld om je onzeker te maken. Het zijn geen spiekbriefjes waar je telkens op moet gluren om te zien of je het nog wel goed doet. Met behulp van jouw eigen doelstellingen heb je van tevoren verwoord waar jij met de kinderen naar op weg bent. En welke stappen je vandaag wilt zetten. Het is prettig om je dat te realiseren: je bent op weg en hoeft vandaag maar een paar stappen te zetten. De doelstellingen die je hebt geschreven houden je bij de les: draai niet zomaar het programma af, maar werk in het grotere kader van wat je graag met de kinderen wilt bereiken.

Je hebt vast papieren bij de hand als je een activiteit met kinderen gaat doen, je handleiding of een blaadje waar het programma op staat. Daarop kun je ook je doelstellingen schrijven. Of door symbolen aangeven wat je graag wilt bereiken. Je weet van jezelf wel wat je telkens weer vergeet. Als je de neiging hebt kennis heel belangrijk te vinden, teken je een hart en handen op je blaadje. Dat hart zegt: denk eraan om ook ervaringen van geloof een plek te geven, en de handen zeggen: maak het concreet! Misschien capituleer je snel voor kinderen die willen knutselen en beknibbel je te veel op de tijd voor het bijbelverhaal. Teken een boek of een kruis,zodat je focus echt op Jezus en op de woorden van God ligt.

Doelstellingen evalueren
En dan kom je thuis, met je tas vol papieren en een hoofd vol lawaai. ‘Hoe ging het?’ Stel je jezelf die vraag na een activiteit? En ga je er weleens voor zitten om de gang van zaken te evalueren? Meestal heb je wel een gevoel bij hoe je programma is verlopen. Het is goed om dat gevoel serieus te nemen en er enkele gedachten aan te wijden. Dat kan heel kort: wat ging er goed en wat kon beter? Het is verstandig om daarbij ook weer aan je doelstellingen te denken. Anders blijf je gemakkelijk hangen in zaken als goede orde of blijde gezichten. De vraag is vooral of je hebt kunnen doen wat je graag wilde doen. En wat eraan meewerkte dat het is gelukt, of wat er in de weg stond, waardoor het niet helemaal lukte. Het is goed om daar als kinderwerkers ook samen over te praten.
Plan een paar keer per jaar een moment om door te praten, te bidden en toegerust te worden. Lees daarbij samen een stuk uit de bijbel om er weer aan herinnerd te worden waarom je dit ook alweer doet. Houd samen het doel voor ogen.
Bij het evalueren van een activiteit zul je geregeld merken dat je niet de goede doelstellingen hebt geformuleerd. Misschien waren ze te hoog (dat kan zomaar) of juist veel te laag. Of pasten ze eigenlijk helemaal niet bij wie jij bent of bij de groep die je hebt. Word daar niet moedeloos van, maar beschouw het als een leermoment. God wil jou gebruiken, met al je geslaagde en minder geslaagde doelstellingen. Uiteindelijk neemt hij ons mee naar zijn doel: zijn stad. Laat je gebruiken en vergeet vooral niet om plezier te hebben onderweg!

Verwerking
• welk ezelsbruggetje zou jij het liefst gebruiken? Probeer de komende weken beide uit, zodat je ontdekt welke het best bij jou past.
• als je kijkt naar het schema van hoofd, hart en handen, wat is dan je sterkste en wat je zwakste punt? Hoe zou je je zwakke punten kunnen verbeteren?
• kies als kinderwerkers allemaal een activiteit om te oefenen in het formuleren van doelstellingen. schrijf de doelstellingen ook echt op. de volgende keer dat jullie bij elkaar komen, vertel je elkaar hoe het bevallen is.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kinderwerkers door Janneke Burger, Reinier Sanders en Nanda van Eijk.

Laat een reactie achter