Leren in de Kerk > Depressie

Depressie

Simone (15) zit sinds de scheiding van haar ouders vier jaar geleden niet lekker in haar vel. Nu heeft laatst ook nog haar beste vriendin het contact met haar verbroken. Ze heeft geen zin meer om naar school te gaan, is mager geworden en ze hangt een groot deel van de dag op de bank. Haar ouders maken zich zorgen om haar.

In verschillende tijdschriften, boeken en op websites kun je lezen over depressie. Hoewel de aandacht meestal uitgaat naar deze klachten bij volwassenen, kunnen ook kinderen en jongeren depressief worden. Depressie treft ongeveer 5 procent van de kinderen en 15 procent van de jongeren. Hierover gaat dit hoofdstuk. We gaan in op wat depressie bij een kind of jongere is, hoe je het herkent, wat je kunt doen om hen te helpen en de valkuilen daarbij.

Wat is depressie?
Depressie is een verstoring van de stemming. Stemming is een continu aanwezige grondtoon. Iedereen heeft weleens een dag waarop je niet lekker in je vel zit, van slag bent, misschien ook veel moet huilen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat ook je stemming verstoord is. Stemmingen zijn namelijk stabiel over een langere tijd.
Depressieve mensen zijn somber gedurende een langere periode. Een depressie kan de volgende symptomen hebben:
• Verminderde interesse in o.a. school, ouders, vrienden, hobby’s.
• Moeite om te genieten van dingen waar je eerder plezier aan beleefde.
• Meer of juist minder eten en daardoor eventueel aankomen of afvallen.
• Moeite hebben met slapen of juist heel veel willen slapen.
• Moeite hebben met concentreren, bijvoorbeeld het maken van huiswerk.
• Schuldig voelen over dingen die niet jouw schuld zijn.
• Moeite hebben met het nemen van beslissingen
• Gedachten hebben aan de dood of er liever niet meer willen zijn.

Kinderen en jongeren zijn flexibeler dan volwassenen. Ze kunnen beter hun sombere stemming tijdelijk negeren en bijvoorbeeld gewoon lachen met vrienden, meedoen aan spelletjes, enzovoort. Een depressie is bij hen dus ook moeilijker te herkennen. Maar er zijn wel enkele signalen die erop kunnen wijzen:
• Vrolijkheid of enthousiasme komen gespeeld en onoprecht over en lijken moeite te kosten.
• Teruggetrokken en stil zijn, minder deelnemen aan activiteiten en een gesloten houding hebben.
• Uitspraken doen over de dood of er niet meer willen zijn.
• Vooral bij kinderen, maar ook bij jongeren, en dan met name de jongens, kan een depressie zich ook uiten in agressief gedrag. Kinderen die eerder gehoorzaam en makkelijk waren, kunnen opstandig en vijandig worden.
Maar deze signalen zijn natuurlijk niet genoeg. Om zekerder van je zaak te zijn, moet je het gesprek aangaan met het kind of de jongere zelf, maar ook met de ouders. Als je samen tot de con clusie komt dat de klachten langdurig en/of heel intens zijn, is het beste advies aan de ouders en de jongere om contact te zoeken met de huisarts, zodat er een goede inschatting gemaakt kan worden van de (professionele) hulp die nodig is.

Tim (17) was altijd de grappenmaker in het gezin en hij doet zijn best dat nog steeds te zijn. Toch kun je als je langer naar hem kijkt, zien dat het hem meer moeite kost. Wanneer je hem alleen spreekt kijkt hij somber en laat hij weten veel moeite te hebben om te genieten van de dingen waar hij voorheen zoveel plezier in had, zoals voetballen en poolen met zijn vrienden.

Praktische tips
Het is lastig om uit een depressie te komen, maar als naaste (jeugdleider, gemeentelid, ouder, pastoraal medewerker) kun je van grote betekenis zijn. Ook als je niet zeker bent of de jongere inderdaad depressief is, zijn de volgende handvatten goed te gebruiken:
• Vraag de jongere naar zijn gedachten en luister uitvoerig. Een jongere vindt het vaak erg moeilijk om zijn gevoelens en gedachten te uiten. Dit kan te maken hebben met schaamte of angst voor veroordeling. Laat dus zien dat je echt geïnteresseerd bent in hoe die jongere denkt. Stel daarom verhelderingvragen zoals: ‘Wat zijn de momenten waarop je je het meest somber voelt?’, ‘Waar denk je dan aan?’, ‘Wat doe je als je somber bent?’
• Laat merken dat je de jongere niet veroordeelt. Dit doe je door begrip te tonen, hem uit te laten praten en door met hem mee te denken. Ook al is het goed bedoeld, ongevraagd advies wekt vaak irritaties
op en werkt daardoor averechts.
• Een jongere heeft er veel steun aan wanneer je complimenten geeft als het iets beter gaat en uitzicht biedt op betere tijden (het is voor depressieve jongeren erg moeilijk de draad weer op te pakken).
• Als de jongere ervoor openstaat, kun je samen bidden en God vragen of hij wil laten zien dat hij hem geluk wil geven en een hoopvolle toekomst voor ogen heeft (Jeremia 29:11).

Eva (15) herinnert zich nog goed de gesprekken met de leidster van club toen zij twaalf was. Haar ouders konden haar in die periode weinig aandacht geven door moeilijkheden in hun huwelijk. Eva werd steeds stiller en wilde minder met haar vriendinnen afspreken. Ook is zij in die periode van jazzballet afgegaan. De gesprekken met de leidster van de club hebben haar zelfvertrouwen gegeven en geleerd dat ze de moeite waard is. Daardoor ging het beter met haar en zakte ze niet verder af in somberheid.

Verder kun je heel praktische tips aan de jongere geven, zoals:
• Voorkom dat je alleen bent. Hierbij is het belangrijk het netwerk van de jongere in te schakelen. Je zou met andere jongeren van de jeugdvereniging of bijvoorbeeld zijn vrienden de afspraak kunnen maken om hem regelmatig te bezoeken of mee te nemen naar activiteiten buitenshuis.
• Wees kritisch in de muziek die je luistert en de boeken/tijdschriften die je leest (vraag desnoods iemand met je mee te denken).
• Tel je zegeningen, schrijf deze ook op en dank God ervoor.
• Bewegen/sporten is goed voor lichaam en geest.
• Eet gezond en regelmatig, zorg dat je voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.
• Zorg ervoor dat je bezig blijft met school, studie, bijbaantje, jongerenclub, catechisatie, afspraken met vrienden.
• Maak werk van de hobby die je altijd al hebt willen doen, maar waarvan het nooit is gekomen (muziek, sport, iets creatiefs).
• Regelmaat bevordert je stemming. Dit betekent drie keer per dag eten en zo veel mogelijk op vaste tijden gaan slapen en opstaan. Het is af te raden om een middagdutje te doen, omdat dan de kans bestaat dat het waak-slaapritme verschuift.
• Blijf actief, ook al ben je moe: uiteindelijk leveren activiteiten vaak meer energie op dan ze kosten (ook al denkt de depressieve jongere hier vaak heel anders over: alleen al de gedachte aan een activiteit kan al vermoeiend zijn).

Zoek als jeugdleider of pastor regelmatig contact of probeer mensen in zijn omgeving te stimuleren de jongere regelmatig op te zoeken (of contact te hebben via media als Facebook of een chatprogramma). Depressieve jongeren hebben vaak de neiging zich terug te trekken en veel tijd alleen door te brengen. Alleen zijn betekent vaak ook dat er veel tijd is om na te denken over problemen en zorgen, en dat is juist wat je wilt voorkomen. Het is enerzijds niet de bedoeling dat je opdringerig wordt, maar laat je anderzijds ook niet afschrikken wanneer de jongere weinig respons geeft, dat kan namelijk bij depressie horen.

Valkuilen
Het omgaan met depressieve kinderen en jongeren kan moeilijk zijn en veel van je vragen. Let goed op jezelf. Neerslachtigheid kan aanstekelijk werken. Bovendien zijn kinderen en jongeren een kwetsbare groep die zorggevoelens oproepen, waardoor je je extra verdrietig of machteloos voelt wanneer het niet goed met hen gaat. Praat over deze gevoelens met anderen en zorg ervoor dat je dingen blijft doen waardoor je ontspant en waar je energie van krijgt. Schaam je niet als je moet erkennen dat het contact met de jongere je te veel wordt. Niemand heeft er iets aan als jij eronderdoor gaat en niemand vraagt van je over je eigen grenzen heen te gaan, ook God niet.
Wees alert op de verwachtingen die de jongere van je heeft. Je kunt hem niet redden, jij kunt de depressie niet wegnemen. Wees hier open over en zeg wat jij wel voor hem kan betekenen.

Gespreksvragen
1. Wat is voor jou het verschil tussen somberheid, een dip of een depressie? Hoe kun je die drie onderscheiden bij een kind of tiener?
2. Wat doe je met tieners die depressiviteit ‘faken’? Welke schreeuw om aandacht kan hier onder liggen? Wat doe je ermee?
3. Is er iemand in jouw groep mogelijk echt depressief? Wat moet je dan als eerste doen?
4. Waar verwacht je tegenaan te lopen in het contact met een depressieve jongere? Hoe los je dit op?
5. Wat is jouw sterke eigenschap in de omgang met depressieve kinderen, denk je? Hoe ontwikkel je deze eigenschap nog meer?

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Kinder- en Jeugdpastoraat door Corien Rietberg en Corjan Matsinger.

Laat een reactie achter