Leren in de Kerk > Hoe moet ik omgaan met lijden en verlies?

Hoe moet ik omgaan met lijden en verlies?

In dit hoofdstuk gaat het over je pastorale rol in het bijstaan van mensen die verlies te verwerken hebben. Verliezen worden ‘geleden’. Het gaat dus ook altijd over lijden. Geen mens ontkomt aan verlies. Misschien is het wel de belangrijkste levenskunst om te kunnen gaan met verlieservaringen. ‘Verlies’ is een woord dus met een brede inhoud. Het kan letterlijk gaan om verlies, bijvoorbeeld het verlies van veel geld bij een faillissement, of verlies van een belangrijke kampioenswedstrijd. Het gaat ook over het verlies van een partner, een ouder, een kind, door overlijden of door breuklijnen in de relatie, of het verlies van gezondheid, je baan, je jeugd enzovoort.
‘Onder bijstaan als functie van pastorale zorg verstaan we de troost en bemoediging die mensen in moeitevolle omstandigheden, als gevolg van verlies, verdriet, pijn en lijden van een pastorale relatie ondervinden,’ stelt Gerben Heitink. 15 De kern van bijstaan bestaat uit troosten en bemoedigen en niet uit het geven van antwoorden. Hoe zou jij als pastor kunnen weten waarom mensen bepaalde verliezen moeten lijden? Als mensen zoeken naar antwoorden kun je hen daarin steunen en begeleiden en in veel gevallen helpen accepteren dat er geen antwoord te geven is.

Bijstaan als pastor
Jezus vertrok naar de Olijfberg en de leerlingen volgden hem. Zo lees je dat in Lucas 22: 39. Als er iemand op dat moment bijstand nodig had, was Jezus het wel. Wat er op dat moment in de hof gebeurt, is leerzaam voor een pastor.

  • Besef dat iemand die lijdt een eigen en unieke weg heeft te gaan. Voor ieder is het omgaan met een verlieservaring weer anders. Ieder doorstaat lijden op een eigen, persoonlijke manier.
  • Lijden en verlies kunnen eenzaam maken. Verlies verwerken doe je echt alleen. Als pastor kun je ‘slechts’ erbij zijn, erbij staan. Ook Jezus had zijn leerlingen graag dicht bij zich.
  • De leerlingen delen in Jezus’ verdriet. Dat is goed. Als pastor sta je open voor de gevoelens van verdriet en pijn.
  • En van verdriet vallen ze in slaap. Soms is datgene wat iemand meemaakt zo heftig dat jij het als pastor nauwelijks onder ogen durft te zien.

Inzicht in het probleem
Als pastor kom je allerlei situaties tegen van verlies en lijden. Neem bijvoorbeeld de situatie van Marko.
Marko vliegt er een tijdje tussenuit op advies van zijn huisarts en  zijn therapeut. Hij is op weg naar zijn broer die als arts werkzaam is in een dorpsziekenhuisje in Kwazulu, in Natal. Zes lange maanden gaat dominee Marko zich verbergen, ver weg van zijn gemeente,   ver weg van verplichtingen. Ver weg vooral van de verwachting dat hij als dominee de antwoorden moet leveren op de vragen van zijn gemeenteleden. Marko heeft geen enkel antwoord meer. Zijn eigen leven is voor hem één groot vraagteken geworden.
62 jaar is hij inmiddels. Ruim dertig jaar was hij predikant in diverse PKN-gemeenten. Altijd heeft hij de mensen bemoedigd. Altijd heeft hij hun voorgehouden dat elk mens ertoe doet, dat elk leven zinvol is, omdat God dat nu eenmaal zo bedoeld heeft. Dat heeft Marko willen vasthouden, ook al is er in zijn theologisch denken sprake geweest van grote verschuivingen.
Marko heeft ruim dertig jaar gepreekt en de kerk is alleen maar leger geworden. Zijn vrouw is drie jaar geleden overleden, zijn kinderen zijn de deur uit. Nog een paar jaar, dan stopt hij ook. Straks is ook hij oud en vergeten. Wat voor zin heeft dit alles nog? Tijdens een preek was hij zomaar stil gevallen. Hij kon niet meer. Hij was aan het einde gekomen van zijn voorraad bemoedigingen. De volgende dag zat hij bij zijn huisarts, diezelfde week nog bij zijn therapeut. En met medewerking van zijn kerkenraad vliegt Marko er zeker een half jaar tussenuit. Op zoek naar zin, want waar doet hij dit allemaal eigenlijk voor?
Mensen lossen het liefst zelf hun problemen op. Verlies maakt hen klein en kwetsbaar en velen vinden dat moeilijk om te delen. Ze aarzelen om een pastor in te schakelen. Soms voelen ze zich er zelfs schuldig onder of schamen ze zich voor hun verlies, of voor hun kwetsbaarheid. Daarom kun je als pastor nogal eens geconfronteerd worden met ‘achterstallig onderhoud’.

Bij Marko is sprake van allerlei verlieservaringen:

  • Zijn vrouw is overleden;
  • zijn kinderen zijn de deur uit;
  • zijn kerk loopt langzamerhand leeg;
  • zelf is hij ook een aantal geloofszekerheden kwijt;
  • hij is niet meer nodig;
  • hij voelt zich overbodig en daarmee is hij de grond onder zijn bestaan kwijt.
  • Bij elkaar opgeteld: hij is zichzelf kwijtgeraakt!

Zeker voorgangers kunnen er pastoraal gezien nogal bekaaid van af komen. Vaak zijn deze daar zelf ook debet aan, omdat ze zo gewend zijn om te geven en niet te ontvangen. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de kerkenraad of de raad van oudsten om te voorzien in pastorale zorg voor de voorganger.

Zelfbeeld en godsbeeld
Marko kent zijn eigen behoeften nauwelijks. Als hij vragen heeft, puzzelt hij net zolang in zijn eentje tot hij een antwoord heeft.
Vervolgens houdt hij er een mooie preek over. Met Aad, zijn oudste broer, heeft Marko lange gesprekken. Aad houdt Marko de spiegel voor: ‘Jij redde je altijd zelf wel. Vader en moeder kregen nooit greep op je en ik al helemaal niet. En later ging je nog theologie studeren ook. Dan kon je anderen redden en God een handje helpen.’  Maar  nu is hij nergens meer nodig. Gek wordt hij ervan, verdrietig, boos, depressief. Door het gesprek met Aad valt het kwartje. Hij heeft zin gegeven aan zijn leven door te geven. Ik geef dus ben ik! Hij beseft dat hij daarmee zijn leven op drijfzand heeft gebouwd.
Achter dat zinnetje ‘Ik geef dus ben ik’ gaat het zelfbeeld van Marko schuil. Zijn levensmotto was: ‘Een dag iemand niet bemoedigd, een dag iemand niet gered, is een dag niet geleefd.’ Marko heeft zijn integriteit, de zinvolheid van zijn bestaan zo vereenzelvigd met zijn reddende en bemoedigende werk dat hij de toekomst alleen maar kan zien als verlies. Hij kan maar heel moeilijk afscheid nemen van zijn opgebouwde zelfbeeld. Ook voor God lijkt hij niet meer bruikbaar.

Sociale en psychische factoren
Karakter, opvoeding en leeftijd zijn van invloed op hoe mensen reageren op lijden en verlies. Heb daar oog voor als pastor, en vraag ernaar.
Marko’s moeder was een dwangmatige, overbezorgde vrouw. Marko, met zijn sociale karakter, voelde dit als klein joch al heel goed aan. Hij probeerde zijn vrijheid, zijn eigenheid te bewaren door niet behoeftig te zijn. Behoeftig zijn betekende namelijk: overheerst worden, gesmoord worden door de zorg van moeder. En zijn talent om zich vooral op anderen te richten leerde hij uit te bouwen en te cultiveren. Marko werd een echte redder. Een band met zijn vader heeft Marko nooit kunnen opbouwen. Moeder stond er altijd tussen en vader liet zich wegduwen. Nooit was vader een sterke figuur, waar hij als joch lekker klein bij mocht zijn. Hij was er gewoon niet.
Ook de leeftijd speelt een belangrijke rol in de manier waarop mensen verlies en lijden verwerken. Met pensioen gaan betekent vaak afscheid nemen van een betekenisvol en werkzaam leven. Daar kunnen sommige mensen echt wanhopig van worden.
Het meest moeilijke voor Marko is de erkenning niet meer nodig te zijn. Dat hij heel zijn leven heeft gegeven, om maar niet te hoeven ontvangen, afhankelijk te hoeven zijn van anderen. Hulp vragen is voor veel mensen pijnlijk voor hun ego. Die pijn doorstaan is echter heilzaam.

Hoe voorkom je een burn-out?
Volgens deskundigen ontstaat een burn-out niet enkel omdat iemand te hard werkt. Een burn-out ontstaat wanneer de batterij onvoldoende wordt opgeladen omdat de balans tussen geven en ontvangen chronisch is verstoord. Uitrusten helpt daartegen onvoldoende. Belangrijk is dat men onderzoekt wat het eigen aandeel is in die chronische verstoring van het evenwicht tussen geven en ontvangen. Men moet weer leren ontvangen.

Bijbelse en theologische thema’s
Omgaan met verlies en lijden betekent ook dat je in Bijbelse zin geconfronteerd wordt met vragen over het waarom van verlies en lijden. Mensen stellen vragen als: Waarom moest mij dat overkomen? Waar was God toen ik…? Wat voor zin heeft het dat…? Wat zegt het over Gods almacht dat mij  dit  overkomt? Wat moet ik eigenlijk met voorzienigheid? Hoe zit dat met goed en kwaad?
Dit zijn moeilijke en ingewikkelde vragen waar geen gemakkelijk antwoord op past. Als pastor heb je de taak om God ter sprake te brengen, en als jij dat niet doet, zal de ander dat wel doen. ‘Waar was God toen mijn zoon van vier overleed aan hersenvliesontsteking?’ Dit soort vragen zul je zeker te horen krijgen.
Over de vragen rondom het lijden of over het kwaad in de wereld is binnen de theologie veel nagedacht. Belangrijk is het je daarin te verdiepen. Er bestaan namelijk diverse antwoorden op dit soort vragen:16

  • ‘God is niet aanwezig in voor- of tegenspoed. Hij is afwezig en op afstand en we zijn zelf verantwoordelijk.’
  • ‘Lijden is Gods straf op de zonde. God heeft nadrukkelijk zijn hand in wat er gebeurt in ons leven. Hij beloont en hij straft.’
  • ‘God wil ons een les leren. Wat ons overkomt, ook het lijden, bedoelt God ten goede. God is de grote pedagoog, die ons snoeit om ons tot bloei te brengen.’
  • ‘God heeft niet direct de hand in onze voor- of tegenspoed. Hij voorziet in wat we nodig hebben om leed te verdragen en om vol te houden. Hij is met ontferming bewogen over ons leven en over deze wereld.’
  • ‘Het kwaad is een niet te onderschatten macht. En de oorsprong van dat kwaad is ten diepste zonde, de vervreemding van God, met als gevolg de vervreemding van elkaar en van onszelf. De mens heeft zichzelf beroofd van het paradijs en dus hebben we te dealen met kwaad, lijden en gebrokenheid. Uiteindelijk brengt God verzoening tot stand.’

Je taak als pastor is om met de ander in gesprek te blijven over hoe hij God een plaats geeft in zijn verlieservaring. Klinkt daarin een gezonde, volwassen omgang met God in door of juist niet?

Verlieservaringen kunnen ook op dit punt een verschillend effect hebben op mensen. Vier voorbeelden.

  1. Een verlieservaring kan een ongezond godsbeeld aan het licht brengen. ‘Ik word gestraft voor mijn zonden. Voor mij is er geen toekomst meer.’ Iemands godsbeeld kan uiteindelijk leiden tot depressie, zeker na een verlieservaring.
  2. Het godsbeeld kan een verlieservaring onderdrukken en verdringen. ‘Blijkbaar wilde God dat dit mij overkwam. Ik snap het niet maar zo is het goed. Dan mag ik toch niet ondankbaar zijn?’ Gevoelens van boosheid en verdriet kunnen door geloofsuitspraken worden weggeduwd. Ook dat is psychisch ongezond.
  3. Een verlies kan ook een ongezond en onjuist godsbeeld veroorzaken. ‘Als God dit toelaat in mijn leven, dan ben ik helemaal klaar met hem. Hoe kan hij zo wreed zijn?’ Achter deze gedachtegang ligt de idee dat God overal direct de hand in heeft en dat wij mensen als poppetjes aan een goddelijk touwtje zijn. Met deze manier van denken over Gods almacht loopt men vroeg of laat stuk.
  4. Een goede omgang met God is helend. ‘Ik heb geen idee hoe ik dit allemaal moet verwerken en hoe de dag van morgen eruit ziet. Vaak voelt het leven nog als een zwart gat. Toch heb ik in mijn moeilijkste momenten het gevoel gehad dat God me droeg. Dat hij bij me was.’ Dit is een helend godsbeeld; God die met erbarmen bewogen is over zijn wereld en ons leven. Een God die steunt en draagt en uiteindelijk zorgt voor herstel van recht, zuiverheid en schoonheid.

Bij de eerste drie reacties heb je als pastor veel werk te verzetten. Als mensen op deze manier het verhaal van God betrekken op hun levensverhaal, worden ze daar niet beter van in psychische en sociale zin. Het kan toch nooit Gods bedoeling zijn dat  we aan ons geloof in hem er psychisch onderdoor gaan? God is uit op herstel van zijn schepping en wil dat zijn kinderen in vrede kunnen leven. Dat is de boodschap die je als pastor uit mag dragen. En hierbij heb je alle steun en begeleiding nodig van medepastors. Voortdurende bezinning op deze moeilijke vragen is van belang. Durf daarin klein te zijn en leer op dit punt te ontvangen van een ander.
Een andere vraag waar mensen mee kunnen worstelen, is de vraag om genezing. Geneest God vandaag de dag nog steeds, en zo ja, in welke gevallen? In bijlage 10 (Geneest God vandaag nog?) vind je enkele punten ter overdenking.

Je rol als pastor
Kernachtig is je rol als pastor bij verlies drieledig:

  1. Steunen en troosten. Aanwezig zijn en blijven bij het verdriet van een ander. Het troost mensen als ze zien dat hun ellende wordt opgemerkt, dat ze gehoor vinden en gezien worden.Nicole heeft het niet gered. Ze krijgt een negatief, bindend studieadvies en daarmee is haar droom van een mooie baan in de verpleging compleet in duigen gevallen. In een gesprek met haar mentor komt alle verdriet en wanhoop van Nicole eruit. Haar mentor luistert, toont begrip, blijft stil. Hij komt niet aan met goedkope reacties over andere studies en dat ze nog jong is enzovoort. Daar is ze hem achteraf heel dankbaar voor.

     

  2. Bemoedigen en sterken. Een beroep doen op iemands kracht, talent en uithoudingsvermogen. Het leven bestaat uit meer dan een verlieservaring en in elk mens zijn er krachten en hulpbronnen aanwezig om uiteindelijk de rug weer te rechten. Dit kan pas nadat er ook troost en steun geboden is. Doe niet te snel een beroep op iemands kracht. Elk mens heeft recht op verdriet en gevoelens van kwetsbaarheid en zwakte.Theo is op 55-jarige leeftijd onverwacht zijn baan kwijt geraakt.  Met Erik, zijn beste vriend, heeft hij heel wat afgescholden op de oneerlijkheid van alles. Twee maanden later zitten ze samen in hun stamcafé achter een biertje. Theo vertelt dat hij moet solliciteren, maar hij heeft er helemaal geen zin in, want wat heeft het voor nut? Hij is te oud. Dan zegt Erik opeens: ‘Maar Theo, je laat je toch niet kisten? Je leven hangt toch zeker niet af van een stom baantje?’

     

  3. De ander helpen te leren leven met verlies. Help hem met een reddingsplan: op welke punten is praktische hulp nodig? Welke activiteiten zijn zinvol om te ondernemen? Hoe voorkom je vereenzaming of terugkeer in oude, onwenselijke patronen?Na een heel kortstondige ziekte overleed Els, Pieters vrouw. Hij heeft nauwelijks de tijd gehad om afscheid van haar te nemen. En dan die ellendige stilte, dat grote stille huis waar hij elke dag weer naar terugkeert. Els deed altijd de administratie en hij heeft geen idee hoe hij dat moet oppakken. Liese, de voorganger van zijn gemeente, helpt Pieter om een reddingsplan op te stellen.

Dirk, diaconaal werker, gaat Pieter helpen om de administratie op orde te brengen. Pieter maakt een afspraak met een psychotherapeut, omdat hij begeleiding nodig heeft bij de storm van emoties. Met zijn leidinggevende bespreekt Pieter elke maand zijn functioneren. Pieter weet namelijk dat hij kan vluchten in zijn werk en dat hij het risico loopt een workaholic te worden. Met deze maandelijkse gesprekken kan dat worden voorkomen. Ook is er huishoudelijke hulp nodig. Pieter heeft een drukke baan. En ten slotte, en dat is het allermoeilijkste, zal Pieter zichzelf uitnodigen op de koffie of de maaltijd bij vrienden en familieleden, als hij even de stilte moet ontvluchten.

Zorg goed voor jezelf
Geen enkele kerntaak in het pastoraat is simpel of gemakkelijk. Mensen bijstaan in rouw, verlies en lijden, geconfronteerd worden met gebrokenheid en eindigheid heeft grote impact op jou als pastor (en als dat niet zo is, moet je je afvragen of je wel een goede pastor kunt zijn). Maar je geraakt weten en je erdoor laten meeslepen zijn twee heel verschillende dingen.
Het verlies van de ander raakt aan de verlieservaringen die je zelf hebt meegemaakt, of de angst die je ervoor kunt hebben. De pijn van een ander raakt je ook omdat deze jou confronteert met de machteloosheid om controle te hebben over je leven. Aanvaarden dat je kwetsbaar bent is niet gemakkelijk. Wees je daarvan bewust. Overspoelt het lijden van de ander je, zoek dan hulp om erachter te komen waarom het zoveel effect op je heeft. Ken je eigen kwetsbare plekken en durf je eigen verlieservaringen onder ogen te zien. Allen dan kun je een ander in zijn verlies daadwerkelijk bijstaan.

Meer lezen?

Ron Dunn, Zal God mij genezen? (1997)

C.S. Lewis, Het probleem van het lijden (2001)

C.S. Lewis, De grote scheiding (2002)

Philip Yancey, Op zoek naar de onzichtbare God (2001)

Philip Yancey, Teleurgesteld in God (1997)

Reinier Sonneveld, De stilte van God (2013

Verwerking

Lees de casus van Marko nog eens, aan het begin van dit hoofdstuk. Heeft jouw voorganger een pastor?

Hoe ziet jouw balans van geven en ontvangen eruit? Heb je daar een gezond evenwicht in gevonden?

Wat zijn jouw verlieservaringen?

Wat is jouw opvatting over goed en kwaad in de wereld? Hoe denk je dat God daarbij betrokken is en hoe onderbouw je jouw ideeën vanuit de Bijbel?

Hoe vaak houd jij je bezig met zingevingsvragen en vragen over het lijden? Maak de verwerkingsopdracht in bijlage 12.

Dit artikel is afkomstig uit het Handboek voor Pastors door Willem van der Horst.

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.